Overdracht gebouw was overgang algemeenheid van goederen

Een gemeente liet in het jaar 2001 een nieuw gebouw voor de huisvesting van de plaatselijke bibliotheek en een lagere school bouwen. De bouwkosten bedroegen € 3,5 miljoen exclusief omzetbelasting. Bij ingebruikneming van het pand paste de gemeente de integratieheffing toe op een deel van het pand. Op advies van de belastingadviseur van de gemeente werd het pand verkocht aan een speciaal opgerichte beheersstichting. Doel van de stichting was het voeren van het beheer over en de exploitatie van de gezamenlijke huisvesting van de bibliotheek en de school. De stichting kocht het pand voor een koopprijs van € 453.780 (ƒ 1.000.000). De gemeente behield voor onbepaalde tijd het recht van wederinkoop van het gebouw. In verband met het recht van wederinkoop kon de stichting het gebouw niet geheel of gedeeltelijk aan derden in eigendom overdragen zonder toestemming van de gemeente. De gemeente wilde een deel van de bij de ingebruikname van het gebouw aangegeven integratieheffing als voordruk in aftrek brengen over het tijdvak van verkoop aan de stichting. Dat deel was berekend volgens de regels voor herziening van de aftrek van voorbelasting op 85% van de integratieheffing. De vraag was of de gemeente recht op aftrek van voorbelasting had wegens herziening van de integratieheffing. Op basis van jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EG (arrest Zita Modes) concludeerde de rechtbank dat in dit geval sprake was van de overgang van een algemeenheid van goederen. Dat kwam door de samenhang van de activiteiten en het overgedragen gebouw. Bij de overgang van een algemeenheid van goederen is volgens de wettekst geen sprake van een levering en wordt geen omzetbelasting berekend. Omdat er geen levering is kan er geen herziening van de omzetbelasting aan de orde komen. Volgens de rechtbank is de gevraagde teruggaaf van omzetbelasting terecht geweigerd.
Een gemeente liet in het jaar 2001 een nieuw gebouw voor de huisvesting van de plaatselijke bibliotheek en een lagere school bouwen. De bouwkosten bedroegen € 3,5 miljoen exclusief omzetbelasting. Bij ingebruikneming van het pand paste de gemeente de integratieheffing toe op een deel van het pand. Op advies van de belastingadviseur van de gemeente werd het pand verkocht aan een speciaal opgerichte beheersstichting. Doel van de stichting was het voeren van het beheer over en de exploitatie van de gezamenlijke huisvesting van de bibliotheek en de school. De stichting kocht het pand voor een koopprijs van € 453.780 (ƒ 1.000.000).
De gemeente behield voor onbepaalde tijd het recht van wederinkoop van het gebouw. In verband met het recht van wederinkoop kon de stichting het gebouw niet geheel of gedeeltelijk aan derden in eigendom overdragen zonder toestemming van de gemeente.
De gemeente wilde een deel van de bij de ingebruikname van het gebouw aangegeven integratieheffing als voordruk in aftrek brengen over het tijdvak van verkoop aan de stichting. Dat deel was berekend volgens de regels voor herziening van de aftrek van voorbelasting op 85% van de integratieheffing.
De vraag was of de gemeente recht op aftrek van voorbelasting had wegens herziening van de integratieheffing.
Op basis van jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EG (arrest Zita Modes) concludeerde de rechtbank dat in dit geval sprake was van de overgang van een algemeenheid van goederen. Dat kwam door de samenhang van de activiteiten en het overgedragen gebouw. Bij de overgang van een algemeenheid van goederen is volgens de wettekst geen sprake van een levering en wordt geen omzetbelasting berekend. Omdat er geen levering is kan er geen herziening van de omzetbelasting aan de orde komen. Volgens de rechtbank is de gevraagde teruggaaf van omzetbelasting terecht geweigerd.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u