Oude beschikkingen 35 %-regeling per 1 januari 2001 omgezet in 30 %-regeling
Bij de invoering van de wet IB 2001 is de 35 %-vergoedingsregeling voor buitenlandse werknemers vervangen door de 30 %-regeling. De nieuwe regeling is in de wet opgenomen; de oude regeling berustte op een besluit van Financiën. In een procedure voor de Hoge Raad was in geschil of voor beschikkingen, die onder de oude regeling waren afgegeven, ook na invoering van de nieuwe regeling het hogere percentage belastingvrij vergoed mocht worden gedurende de resterende looptijd van de afgegeven beschikking. Naar het oordeel van de Hoge Raad is dat niet het geval. De oude regeling hing zo duidelijk samen met de invloed van de hoogte van de inkomstenbelasting op het netto besteedbare inkomen van tijdelijk in Nederland verblijvende werknemers, dat zij niet konden verwachten dat de tariefsverlagingen met ingang van 2001 zonder gevolgen zouden blijven voor de belastingvrije vergoeding. Aan het Besluit van Financiën en de daarop gebaseerde beschikkingen mochten zij daarom niet het vertrouwen ontlenen dat de 35%-regeling ongewijzigd zou gelden voor de periode vanaf 1 januari 2001. De in de beschikkingen opgenomen maximale geldigheidsduur was daarbij niet van belang.
Bij de invoering van de wet IB 2001 is de 35 %-vergoedingsregeling voor buitenlandse werknemers vervangen door de 30 %-regeling. De nieuwe regeling is in de wet opgenomen; de oude regeling berustte op een besluit van Financiën. In een procedure voor de Hoge Raad was in geschil of voor beschikkingen, die onder de oude regeling waren afgegeven, ook na invoering van de nieuwe regeling het hogere percentage belastingvrij vergoed mocht worden gedurende de resterende looptijd van de afgegeven beschikking. Naar het oordeel van de Hoge Raad is dat niet het geval. De oude regeling hing zo duidelijk samen met de invloed van de hoogte van de inkomstenbelasting op het netto besteedbare inkomen van tijdelijk in Nederland verblijvende werknemers, dat zij niet konden verwachten dat de tariefsverlagingen met ingang van 2001 zonder gevolgen zouden blijven voor de belastingvrije vergoeding. Aan het Besluit van Financiën en de daarop gebaseerde beschikkingen mochten zij daarom niet het vertrouwen ontlenen dat de 35%-regeling ongewijzigd zou gelden voor de periode vanaf 1 januari 2001. De in de beschikkingen opgenomen maximale geldigheidsduur was daarbij niet van belang.