Opties en aanmerkelijk belang
Het aandelenbezit van een particulier valt in box 3, tenzij er sprake is van een aanmerkelijk belang in een vennootschap. Dat doet zich voor als de aandelen tenminste 5% van het geplaatste kapitaal van een vennootschap vertegenwoordigen. Een aanmerkelijk belang valt in box 2. De opbrengsten zijn belast tegen een vast tarief van 25%. Naast aandelen kunnen ook optierechten op aandelen een aanmerkelijk belang vormen.
Een werknemer had van zijn werkgever zowel optierechten op aandelen als aandelen ontvangen. Het ging om opties op 420.000 nog uit te geven aandelen en 20.400 aandelen. Het geplaatste aandelenkapitaal van de vennootschap bestond uit 4.684.000 aandelen. In geschil was of de optierechten behoorden tot een aanmerkelijk belang. De werknemer meende dat rechten op nieuw uit te geven aandelen geen aanmerkelijk belang kunnen vormen. In de wettekst wordt echter geen verschil gemaakt tussen opties op nieuwe aandelen en opties op bestaande aandelen. De bedoeling van de wetsbepaling is om optiehouders en aandeelhouders gelijk te behandelen. Als optierechten op nieuwe aandelen wel een aanmerkelijk belang kunnen vormen meende de werknemer dat bij de berekening van het belang ook de nog uit te geven aandelen moesten worden meegenomen. In dat geval zou de werknemer onder de grens van 5% zijn gebleven, omdat ook aan andere partijen optierechten waren verstrekt. Volgens de Hoge Raad is die visie niet juist. Er moet worden uitgegaan van het feitelijk geplaatste aandelenkapitaal van de vennootschap op het beoordelingsmoment. Het belang van de werknemer was daarmee ruim meer dan 5%. De door hem bij verkoop behaalde winst was belast tegen het aanmerkelijk belangtarief van 25%.
Het aandelenbezit van een particulier valt in box 3, tenzij er sprake is van een aanmerkelijk belang in een vennootschap. Dat doet zich voor als de aandelen tenminste 5% van het geplaatste kapitaal van een vennootschap vertegenwoordigen. Een aanmerkelijk belang valt in box 2. De opbrengsten zijn belast tegen een vast tarief van 25%. Naast aandelen kunnen ook optierechten op aandelen een aanmerkelijk belang vormen.
Een werknemer had van zijn werkgever zowel optierechten op aandelen als aandelen ontvangen. Het ging om opties op 420.000 nog uit te geven aandelen en 20.400 aandelen. Het geplaatste aandelenkapitaal van de vennootschap bestond uit 4.684.000 aandelen. In geschil was of de optierechten behoorden tot een aanmerkelijk belang. De werknemer meende dat rechten op nieuw uit te geven aandelen geen aanmerkelijk belang kunnen vormen. In de wettekst wordt echter geen verschil gemaakt tussen opties op nieuwe aandelen en opties op bestaande aandelen. De bedoeling van de wetsbepaling is om optiehouders en aandeelhouders gelijk te behandelen. Als optierechten op nieuwe aandelen wel een aanmerkelijk belang kunnen vormen meende de werknemer dat bij de berekening van het belang ook de nog uit te geven aandelen moesten worden meegenomen. In dat geval zou de werknemer onder de grens van 5% zijn gebleven, omdat ook aan andere partijen optierechten waren verstrekt. Volgens de Hoge Raad is die visie niet juist. Er moet worden uitgegaan van het feitelijk geplaatste aandelenkapitaal van de vennootschap op het beoordelingsmoment. Het belang van de werknemer was daarmee ruim meer dan 5%. De door hem bij verkoop behaalde winst was belast tegen het aanmerkelijk belangtarief van 25%.