Opslag en uitlevering goederen was een dienst voor de omzetbelasting

Een ondernemer had in verschillende opslagfaciliteiten goederen van een andere ondernemer opgeslagen. Deze ondernemer verkocht de goederen aan Spaanse afnemers en gaf de houder van de opslagplaatsen vervolgens opdracht om de goederen af te geven aan de door hem genoemde transportondernemers. De transportondernemers verzorgden het vervoer naar Spanje. De houder van de opslagplaatsen verzorgde de facturering van de geleverde goederen. De eigenaar van de goederen gaf aan de houder van de opslagplaatsen door welke bedragen hij aan wie moest factureren. Volgens Hof Amsterdam vormde de prestaties die de houder van de opslagplaatsen verrichtte geen levering van goederen voor de omzetbelasting, omdat hij niet de macht had om als eigenaar over de goederen te beschikken. Dat oordeel betekende dat de opgelegde naheffingsaanslag niet juist was. Die was vastgesteld op basis van de veronderstelling dat er sprake was van leveringen van goederen. De verrichte prestaties waren diensten die voortvloeiden uit een agenturenovereenkomst. De vergoeding voor deze diensten moest volgens het Hof worden gesteld op de marge tussen de inkoop- en de verkoopfacturen van de houder van de opslagplaatsen. De plaats van dienst werd bepaald volgens de hoofdregel en dus werden de diensten in Nederland verricht omdat de houder van de opslagplaatsen daar was gevestigd. De naheffingsaanslag werd dienovereenkomstig aangepast.
Een ondernemer had in verschillende opslagfaciliteiten goederen van een andere ondernemer opgeslagen. Deze ondernemer verkocht de goederen aan Spaanse afnemers en gaf de houder van de opslagplaatsen vervolgens opdracht om de goederen af te geven aan de door hem genoemde transportondernemers. De transportondernemers verzorgden het vervoer naar Spanje. De houder van de opslagplaatsen verzorgde de facturering van de geleverde goederen. De eigenaar van de goederen gaf aan de houder van de opslagplaatsen door welke bedragen hij aan wie moest factureren. Volgens Hof Amsterdam vormde de prestaties die de houder van de opslagplaatsen verrichtte geen levering van goederen voor de omzetbelasting, omdat hij niet de macht had om als eigenaar over de goederen te beschikken. Dat oordeel betekende dat de opgelegde naheffingsaanslag niet juist was. Die was vastgesteld op basis van de veronderstelling dat er sprake was van leveringen van goederen. De verrichte prestaties waren diensten die voortvloeiden uit een agenturenovereenkomst. De vergoeding voor deze diensten moest volgens het Hof worden gesteld op de marge tussen de inkoop- en de verkoopfacturen van de houder van de opslagplaatsen. De plaats van dienst werd bepaald volgens de hoofdregel en dus werden de diensten in Nederland verricht omdat de houder van de opslagplaatsen daar was gevestigd. De naheffingsaanslag werd dienovereenkomstig aangepast.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u