Opschortende voorwaarde betreft tijdstip uitvoering schenking; schenking zelf is onvoorwaardelijk
Een in 1989 vanuit Nederland naar België geëmigreerde vrouw heeft in 1997 met haar dochter een overeenkomst van schenking gesloten. Het ging om een schenking onder opschortende voorwaarde. De opschortende voorwaarde gaf aan de schenking een voorwaardelijk karakter, maar heeft volgens Hof Den Bosch niet tot gevolg dat daardoor de schenking zelf eerst met de vervulling van die voorwaarde tot stand kwam. Het voorwaardelijke karakter heeft betrekking op het eerst na de vervulling van die voorwaarde ontstaan van een uit de schenking voortvloeiende afdwingbare prestatie. Dat betekent, dat de schenking in 1997 tot stand is gekomen. Omdat op dat moment nog geen tien jaren waren verstreken sinds de emigratie mocht Nederland nog een aanslag schenkingsrecht opleggen.
Een in 1989 vanuit Nederland naar België geëmigreerde vrouw heeft in 1997 met haar dochter een overeenkomst van schenking gesloten. Het ging om een schenking onder opschortende voorwaarde. De opschortende voorwaarde gaf aan de schenking een voorwaardelijk karakter, maar heeft volgens Hof Den Bosch niet tot gevolg dat daardoor de schenking zelf eerst met de vervulling van die voorwaarde tot stand kwam. Het voorwaardelijke karakter heeft betrekking op het eerst na de vervulling van die voorwaarde ontstaan van een uit de schenking voortvloeiende afdwingbare prestatie. Dat betekent, dat de schenking in 1997 tot stand is gekomen. Omdat op dat moment nog geen tien jaren waren verstreken sinds de emigratie mocht Nederland nog een aanslag schenkingsrecht opleggen.