Oproepkracht was in dienst voor onbepaalde tijd
Werkgevers zijn verplicht om werknemers tijdens ziekte door te betalen. Een werkgever weigerde een zieke werknemer door te betalen tijdens ziekte omdat hij meende dat hij dat niet verplicht was vanwege het oproepcontract van de werknemer. Volgens de kantonrechter waren partijen een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangegaan waarin was afgesproken dat de werknemer aan een oproep om te komen werken gehoor zou geven. Op basis daarvan had de werknemer recht op doorbetaling tijdens ziekte over het gemiddelde aantal uren dat hij in de drie maanden voor zijn ziekte had gewerkt.
In hoger beroep bevestigde het Hof dat oordeel. Het Hof ging nog in op het standpunt van de werkgever dat partijen slechts een schriftelijke voorovereenkomst hadden gesloten. In dat geval ontstond bij iedere oproep een nieuwe arbeidsovereenkomst voor een korte bepaalde tijd. Als er tussen de oproepen steeds minder dan drie maanden lag, dan was het gevolg van de vierde oproep dat er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan. Daardoor was de werkgever verplicht de werknemer op te roepen voor minimaal het gemiddelde aantal uren dat de werknemer in de laatste drie maanden had gewerkt. Daar stond tegenover dat de werknemer verplicht was aan die oproepen gehoor te geven. Die verplichting volgt uit een wettelijke bepaling van dwingend recht, zodat de mogelijk aanvankelijk gemaakte afspraak dat de werknemer niet verplicht was om te komen werken na een oproep niet meer van belang was.
Werkgevers zijn verplicht om werknemers tijdens ziekte door te betalen. Een werkgever weigerde een zieke werknemer door te betalen tijdens ziekte omdat hij meende dat hij dat niet verplicht was vanwege het oproepcontract van de werknemer. Volgens de kantonrechter waren partijen een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangegaan waarin was afgesproken dat de werknemer aan een oproep om te komen werken gehoor zou geven. Op basis daarvan had de werknemer recht op doorbetaling tijdens ziekte over het gemiddelde aantal uren dat hij in de drie maanden voor zijn ziekte had gewerkt.
In hoger beroep bevestigde het Hof dat oordeel. Het Hof ging nog in op het standpunt van de werkgever dat partijen slechts een schriftelijke voorovereenkomst hadden gesloten. In dat geval ontstond bij iedere oproep een nieuwe arbeidsovereenkomst voor een korte bepaalde tijd. Als er tussen de oproepen steeds minder dan drie maanden lag, dan was het gevolg van de vierde oproep dat er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan. Daardoor was de werkgever verplicht de werknemer op te roepen voor minimaal het gemiddelde aantal uren dat de werknemer in de laatste drie maanden had gewerkt. Daar stond tegenover dat de werknemer verplicht was aan die oproepen gehoor te geven. Die verplichting volgt uit een wettelijke bepaling van dwingend recht, zodat de mogelijk aanvankelijk gemaakte afspraak dat de werknemer niet verplicht was om te komen werken na een oproep niet meer van belang was.