
Werkgevers zijn wettelijk verplicht het loon van een werknemer tijdens ziekte door te betalen gedurende een periode van twee jaar. Tijdens ziekte dienen werkgever en werknemer te werken aan een spoedig herstel van de zieke werknemer en aan diens re-integratie in het arbeidsproces. De periode waarin de werkgever verplicht is het loon door te betalen kan bij wijze van sanctie worden verlengd als de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht.
In een procedure voor de Centrale Raad van Beroep ging het om de vraag of de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen had verricht en de opgelegde loonsanctie onterecht was.
De werkgever stelde zich op het standpunt dat hij de adviezen van de bedrijfsarts had gevolgd en niet aansprakelijk was voor eventuele tekortkomingen in die adviezen. In eerdere uitspraak heeft de Centrale Raad van Beroep al geoordeeld dat de werkgever zelf verantwoordelijk is voor de re-integratie van zieke werknemers.
Volgens de Centrale Raad van Beroep had de werkgever te lang geprobeerd om de werknemer volledig in zijn eigen functie te herplaatsen, terwijl uit de conclusies van de bedrijfsarts bleek dat dit niet haalbaar was. De re-integratie-inspanningen hadden gericht moeten zijn op passend werk voor 20 uur per week bij de werkgever of bij een andere werkgever.
De Centrale Raad van Beroep was van oordeel dat het UWV op basis van de beschikbare gegevens terecht aan de werkgever een loonsanctie had opgelegd omdat hij onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht.