Opbrengst eigen woning belast in box 3
Voor de eigen woning geldt in de inkomstenbelasting een aparte regeling. Anders dan andere bezittingen valt de eigen woning namelijk in box 1 en niet in box 3. Er moet een bedrag bij het inkomen in box 1 worden geteld dat afhankelijk is van de waarde van de eigen woning. De hypotheekrente die is betaald voor de financiering van de eigen woning is aftrekbaar. Omdat de woning in box 1 valt is de waarde van de woning voor de belastingheffing in box 3 niet relevant. Dat is anders na verkoop van de woning. De opbrengst valt namelijk wel in box 3. Het tijdstip van verkoop kan dus fiscaal van belang zijn. Dat blijkt uit de volgende uitspraak.
Iemand kocht op 23 november 2005 een woning voor € 373.500. Deze woning financierde hij gedeeltelijk met een hypothecaire lening van € 198.000. Zijn oude woning verkocht hij op 30 november 2005 voor € 777.000. Een gedeelte van de opbrengst van de verkoop werd belegd in effecten. Deze effecten hadden op 31 december 2005 een waarde van € 304.120 en werden volledig meegenomen in de rendementsgrondslag.
De belasting in box 3 wordt berekend over een verondersteld rendement van 4% van het gemiddelde van de rendementsgrondslagen op 1 januari en op 31 december van ieder jaar. De wet kent niet de mogelijkheid om de gemiddelde rendementsgrondslag tijdsevenredig te berekenen. Evenmin houdt de wet in dergelijke gevallen rekening met belastingheffing in zowel box 1 als box 3. Per saldo vond in box 3 dus belastingheffing plaats over het tweede halfjaar, terwijl in box 1 al gedurende vijf maanden belasting was berekend over de inkomsten uit de woning. Het verdient dus aanbeveling de woning pas na de jaarwisseling over te dragen.
Voor de eigen woning geldt in de inkomstenbelasting een aparte regeling. Anders dan andere bezittingen valt de eigen woning namelijk in box 1 en niet in box 3. Er moet een bedrag bij het inkomen in box 1 worden geteld dat afhankelijk is van de waarde van de eigen woning. De hypotheekrente die is betaald voor de financiering van de eigen woning is aftrekbaar. Omdat de woning in box 1 valt is de waarde van de woning voor de belastingheffing in box 3 niet relevant. Dat is anders na verkoop van de woning. De opbrengst valt namelijk wel in box 3. Het tijdstip van verkoop kan dus fiscaal van belang zijn. Dat blijkt uit de volgende uitspraak.
Iemand kocht op 23 november 2005 een woning voor € 373.500. Deze woning financierde hij gedeeltelijk met een hypothecaire lening van € 198.000. Zijn oude woning verkocht hij op 30 november 2005 voor € 777.000. Een gedeelte van de opbrengst van de verkoop werd belegd in effecten. Deze effecten hadden op 31 december 2005 een waarde van € 304.120 en werden volledig meegenomen in de rendementsgrondslag.
De belasting in box 3 wordt berekend over een verondersteld rendement van 4% van het gemiddelde van de rendementsgrondslagen op 1 januari en op 31 december van ieder jaar. De wet kent niet de mogelijkheid om de gemiddelde rendementsgrondslag tijdsevenredig te berekenen. Evenmin houdt de wet in dergelijke gevallen rekening met belastingheffing in zowel box 1 als box 3. Per saldo vond in box 3 dus belastingheffing plaats over het tweede halfjaar, terwijl in box 1 al gedurende vijf maanden belasting was berekend over de inkomsten uit de woning. Het verdient dus aanbeveling de woning pas na de jaarwisseling over te dragen.