Ook onjuiste WOZ-beschikking is grondslag voor forensenbelasting

De gemeente Apeldoorn heft een zogenaamde forensenbelasting van mensen die niet in de gemeente wonen maar daar wel gedurende meer dan 90 dagen in een kalenderjaar de beschikking hebben over een gemeubileerde woning. De maatstaf van heffing is de WOZ-waarde van de woning zoals deze voor het betreffende jaar is vastgesteld. De forensenbelasting kent vier tarieven, afhankelijk van de indeling van de woning in een bepaalde waardeklasse. De gemeente legde aan de eigenaar van een recreatiewoning binnen de gemeente een aanslag forensbelasting op die niet in overeenstemming was met de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende tijdvak. De WOZ-waarde bedroeg € 51.000. Bij de vaststelling van de WOZ-waarde was alleen rekening gehouden met de grond en niet met de waarde van de opstal. De aanslag forensenbelasting ging uit van een waarde van € 148.000, bestaande uit een waarde van de opstal van € 97.000 en een waarde van de grond van € 51.000. Hof Arnhem verminderde de opgelegde aanslag omdat, ondanks de wellicht onjuiste WOZ-waarde, er geen ruimte was voor een afwijkende maatstaf van heffing. De gemeente Apeldoorn meende dat in het onderhavige geval geen WOZ-waarde van de woning was vastgesteld, zodat een afwijkende heffingsgrondslag kon worden vastgesteld. De advocaat-generaal bij de Hoge Raad heeft geconcludeerd dat het beroep in cassatie van de gemeente niet gegrond is. De opvatting van de gemeente dat de WOZ-beschikking niet de maatstaf van heffing kan vormen omdat de woning niet in de waardering is betrokken, miskent dat de woning en de bijbehorende grond één onroerende zaak vormen. De gemeente zal moeten onderzoeken of herziening van de WOZ-beschikking mogelijk is.
De gemeente Apeldoorn heft een zogenaamde forensenbelasting van mensen die niet in de gemeente wonen maar daar wel gedurende meer dan 90 dagen in een kalenderjaar de beschikking hebben over een gemeubileerde woning. De maatstaf van heffing is de WOZ-waarde van de woning zoals deze voor het betreffende jaar is vastgesteld. De forensenbelasting kent vier tarieven, afhankelijk van de indeling van de woning in een bepaalde waardeklasse. De gemeente legde aan de eigenaar van een recreatiewoning binnen de gemeente een aanslag forensbelasting op die niet in overeenstemming was met de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende tijdvak. De WOZ-waarde bedroeg € 51.000. Bij de vaststelling van de WOZ-waarde was alleen rekening gehouden met de grond en niet met de waarde van de opstal. De aanslag forensenbelasting ging uit van een waarde van € 148.000, bestaande uit een waarde van de opstal van € 97.000 en een waarde van de grond van € 51.000. Hof Arnhem verminderde de opgelegde aanslag omdat, ondanks de wellicht onjuiste WOZ-waarde, er geen ruimte was voor een afwijkende maatstaf van heffing. De gemeente Apeldoorn meende dat in het onderhavige geval geen WOZ-waarde van de woning was vastgesteld, zodat een afwijkende heffingsgrondslag kon worden vastgesteld. De advocaat-generaal bij de Hoge Raad heeft geconcludeerd dat het beroep in cassatie van de gemeente niet gegrond is. De opvatting van de gemeente dat de WOZ-beschikking niet de maatstaf van heffing kan vormen omdat de woning niet in de waardering is betrokken, miskent dat de woning en de bijbehorende grond één onroerende zaak vormen. De gemeente zal moeten onderzoeken of herziening van de WOZ-beschikking mogelijk is.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u