Ook hoger beroep inspecteur wordt geacht tegen de boete te zijn gericht

In een procedure over een naheffingsaanslag dividendbelasting oordeelde Hof Arnhem dat een vennootschap, uitzonderingen daargelaten, een uitdeling van winst doet aan haar aandeelhouder als zij een geldbedrag betaalt aan hem zonder dat deze betaling de tegenwaarde voor een prestatie vormt. De vennootschap die claimt dat zich een uitzondering voordoet moet aannemelijk maken dat deze regel niet opgaat.

Het tegen deze bewijslastverdeling ingestelde beroep in cassatie is door de Hoge Raad afgewezen. 

Het hof was van oordeel dat het hoger beroep van de inspecteur mede was gericht tegen de beslissing van de rechtbank om de boete te vernietigen. Het hof maakte die beslissing van de rechtbank ongedaan. De vennootschap meende dat het hof het hoger beroep van de inspecteur met betrekking tot de boete wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk had moeten verklaren. Volgens de Hoge Raad geldt de bepaling, dat een bezwaar- of beroepschrift geacht wordt mede gericht te zijn tegen de boete, tenzij uit het geschrift het tegendeel blijkt, niet alleen voor belastingplichtigen, maar ook voor de inspecteur.

 

Wegens overschrijding van de redelijke termijn door de duur van de cassatieprocedure verminderde de Hoge Raad de boete met € 2.500.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">In een procedure over een naheffingsaanslag dividendbelasting oordeelde Hof Arnhem dat een vennootschap, uitzonderingen daargelaten, een uitdeling van winst doet aan haar aandeelhouder als zij een geldbedrag betaalt aan hem zonder dat deze betaling de tegenwaarde voor een prestatie vormt. De vennootschap die claimt dat zich een uitzondering voordoet moet aannemelijk maken dat deze regel niet opgaat.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Het tegen deze bewijslastverdeling ingestelde beroep in cassatie is door de Hoge Raad afgewezen.<SPAN style="mso-spacerun: yes">&nbsp; </SPAN></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Het hof was van oordeel dat het hoger beroep van de inspecteur mede was gericht tegen de beslissing van de rechtbank om de boete te vernietigen. Het hof maakte die beslissing van de rechtbank ongedaan. De vennootschap meende dat het hof het hoger beroep van de inspecteur met betrekking tot de boete wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk had moeten verklaren. Volgens de Hoge Raad geldt de bepaling, dat een bezwaar- of beroepschrift geacht wordt mede gericht te zijn tegen de boete, tenzij uit het geschrift het tegendeel blijkt, niet alleen voor belastingplichtigen, maar ook voor de inspecteur. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><SPAN style="mso-spacerun: yes">&nbsp;</SPAN></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Wegens overschrijding van de redelijke termijn door de duur van de cassatieprocedure verminderde de Hoge Raad de boete met € 2.500.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u