
In een arrest uit 2009 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de contante waarde van een lijfrenteverplichting een schuld is die in mindering komt op de rendementsgrondslag van box 3. De wetgever heeft op dit arrest gereageerd door met ingang van 30 december 2009 een uitzondering op te nemen voor dergelijke schulden.
In een vergelijkbare procedure oordeelde Hof Arnhem dat voor de contante waarde van een alimentatieverplichting hetzelfde geldt als voor de contante waarde van een lijfrenteverplichting. Ook deze kwam als schuld in mindering op de rendementsgrondslag van box 3. De procedure had betrekking op het jaar 2007.