Onzekerheid bij winstvaststelling geen reden om geen aangifte te doen
Een ondernemer diende zijn aangifte inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen 1999, WAZ en vermogensbelasting 2000 niet op tijd in, omdat hij zijn winst niet kon vaststellen. De belastingdienst stuurde hem een aanmaning tot het doen van aangifte, waarna de ondernemer om extra uitstel vroeg. De belastingdienst wees dat verzoek af en legde uiteindelijk ambtshalve aanslagen op. Daarbij werden boeten opgelegd wegens het te laat doen van aangifte voor de inkomstenbelasting, de WAZ en de vermogensbelasting van ieder ƒ 250. In de procedure naar aanleiding van deze aanslagen en boetebeschikkingen kwam Hof Den Bosch tot het oordeel, dat de ondernemer de vereiste aangifte niet had gedaan. Dat had tot gevolg, dat de ondernemer overtuigend moest aantonen dat en in hoeverre de uitspraken op bezwaar onjuist waren. Daarin slaagde de ondernemer niet, omdat hij geen onderbouwing voor zijn standpunt had. Het Hof vond wel, dat de aanslag vermogensbelasting door de inspecteur op een onredelijke schatting was gebaseerd en verminderde daarom die aanslag. Ook de boetebeschikkingen werden verminderd, onder verwijzing naar arresten van de Hoge Raad over het opleggen van boeten wanneer op één aangiftebiljet voor meerdere belastingen aangifte moet worden gedaan.
Een ondernemer diende zijn aangifte inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen 1999, WAZ en vermogensbelasting 2000 niet op tijd in, omdat hij zijn winst niet kon vaststellen. De belastingdienst stuurde hem een aanmaning tot het doen van aangifte, waarna de ondernemer om extra uitstel vroeg. De belastingdienst wees dat verzoek af en legde uiteindelijk ambtshalve aanslagen op. Daarbij werden boeten opgelegd wegens het te laat doen van aangifte voor de inkomstenbelasting, de WAZ en de vermogensbelasting van ieder ƒ 250. In de procedure naar aanleiding van deze aanslagen en boetebeschikkingen kwam Hof Den Bosch tot het oordeel, dat de ondernemer de vereiste aangifte niet had gedaan. Dat had tot gevolg, dat de ondernemer overtuigend moest aantonen dat en in hoeverre de uitspraken op bezwaar onjuist waren. Daarin slaagde de ondernemer niet, omdat hij geen onderbouwing voor zijn standpunt had. Het Hof vond wel, dat de aanslag vermogensbelasting door de inspecteur op een onredelijke schatting was gebaseerd en verminderde daarom die aanslag. Ook de boetebeschikkingen werden verminderd, onder verwijzing naar arresten van de Hoge Raad over het opleggen van boeten wanneer op één aangiftebiljet voor meerdere belastingen aangifte moet worden gedaan.