Ontvanger wist van betalingsproblemen
De bestuurder van een BV kan door de ontvanger van de belastingdienst aansprakelijk worden gesteld voor de door de BV niet betaalde belastingen als de betalingsonmacht van de BV niet tijdig is gemeld.
In een procedure over een aansprakelijkstelling was in geschil of een dergelijke melding gedaan moest worden in een situatie waarin de ontvanger op de hoogte was van betalingsmoeilijkheden van de BV door de vele dwangbevelen die bij de BV werden bezorgd. Wanneer de betalingsonmacht is gemeld is de bestuurder van de vennootschap slechts aansprakelijk voor de belastingschuld bij kennelijk onbehoorlijk bestuur. Indien niet aan de meldingsverplichting is voldaan, geldt een wettelijk vermoeden dat het niet betalen van belasting aan de bestuurder is te wijten.
De bestuurder beschouwde de deurwaarders die dwangbevelen hadden betekend bij de BV als personen die optraden namens de ontvanger. Op de dwangbevelen stond geen naam van een contactpersoon. Met de deurwaarders konden afspraken worden gemaakt over uitstel van betaling naar aanleiding van die dwangbevelen. De rechtbank vond aannemelijk dat de bestuurder de betalingsproblemen voldoende kenbaar had gemaakt aan de ontvanger, waardoor de ontvanger al vóór 14 november 2005 op de hoogte had kunnen zijn van deze problemen. De verplichting tot melding van de betalingsonmacht was daardoor vervallen. Nu niet aannemelijk was dat het niet betalen van de belastingschulden het gevolg was van kennelijk onbehoorlijk bestuur, had de ontvanger de bestuurder ten onrechte aansprakelijk gesteld.
De bestuurder van een BV kan door de ontvanger van de belastingdienst aansprakelijk worden gesteld voor de door de BV niet betaalde belastingen als de betalingsonmacht van de BV niet tijdig is gemeld.
In een procedure over een aansprakelijkstelling was in geschil of een dergelijke melding gedaan moest worden in een situatie waarin de ontvanger op de hoogte was van betalingsmoeilijkheden van de BV door de vele dwangbevelen die bij de BV werden bezorgd. Wanneer de betalingsonmacht is gemeld is de bestuurder van de vennootschap slechts aansprakelijk voor de belastingschuld bij kennelijk onbehoorlijk bestuur. Indien niet aan de meldingsverplichting is voldaan, geldt een wettelijk vermoeden dat het niet betalen van belasting aan de bestuurder is te wijten.
De bestuurder beschouwde de deurwaarders die dwangbevelen hadden betekend bij de BV als personen die optraden namens de ontvanger. Op de dwangbevelen stond geen naam van een contactpersoon. Met de deurwaarders konden afspraken worden gemaakt over uitstel van betaling naar aanleiding van die dwangbevelen. De rechtbank vond aannemelijk dat de bestuurder de betalingsproblemen voldoende kenbaar had gemaakt aan de ontvanger, waardoor de ontvanger al vóór 14 november 2005 op de hoogte had kunnen zijn van deze problemen. De verplichting tot melding van de betalingsonmacht was daardoor vervallen. Nu niet aannemelijk was dat het niet betalen van de belastingschulden het gevolg was van kennelijk onbehoorlijk bestuur, had de ontvanger de bestuurder ten onrechte aansprakelijk gesteld.