Ontvangen renseignement leverde nieuw feit op
Een werknemer kreeg in het jaar 2000 de beschikking over een auto van de zaak. Tot die tijd verstrekte de werkgever hem een openbaar vervoerabonnement, waarvoor een eigen bijdrage werd ingehouden op het netto loon van de werknemer. Vanaf het moment dat de werkgever een auto ter beschikking stelde kwam het openbaar vervoerabonnement geheel voor rekening van de werknemer. Daarnaast betaalde de werknemer aan zijn werkgever een bijdrage voor privégebruik van de auto. In de jaren 2001 tot en met 2004 trok de werknemer naast de bijdrage voor privégebruik ook de betaling van het openbaar vervoerabonnement af van de bijtelling auto in zijn aangifte. Bij de behandeling van de aangifte inkomstenbelasting 2000 stelde de belastingdienst vragen over het privégebruik auto. Dat leidde tot een correctie van het aangegeven inkomen. De aanslagen over de jaren 2001 en volgende werden opgelegd overeenkomstig de ingediende aangiften. Nadat de bevoegde inspecteur van een collega een renseignement had ontvangen waaruit bleek dat de eigen bijdrage voor het privégebruik auto veel lager was dan in de aangiften was verwerkt, legde de inspecteur navorderingaanslagen op.
De inspecteur heeft de bevoegdheid om navorderingsaanslagen op te leggen als te weinig belasting is geheven en hij beschikt over informatie die hem ten tijde van het opleggen van de oorspronkelijke aanslag niet bekend was. Uitgangspunt is dat de inspecteur in de regel mag vertrouwen op de aangifte.
De rechtbank Haarlem meende dat de inspecteur er in dit geval, mede gezien de briefwisseling over het privégebruik auto bij de behandeling van de aangifte 2000, op mocht vertrouwen dat de werknemer in de jaren daarna de bijtelling op de juiste wijze zou aangeven. Het renseignement ontving hij pas in 2006. Op dat moment werd duidelijk dat de werknemer was afgeweken van de voor het jaar 2000 gevolgde gedragslijn. Het renseignement was volgens de rechtbank een nieuw feit dat navordering mogelijk maakte. De rechtbank liet de opgelegde navorderingsaanslagen in stand. Wel verlaagde de rechtbank de boetes. Er was sprake van grove schuld. Dan kan een boete worden opgelegd van 25% van de nagevorderde belasting. De rechtbank vond de opgelegde boetes in beginsel passend en geboden, maar verlaagde de boetes omdat drie jaren achtereen een boete was opgelegd tot € 150 euro per jaar.
Een werknemer kreeg in het jaar 2000 de beschikking over een auto van de zaak. Tot die tijd verstrekte de werkgever hem een openbaar vervoerabonnement, waarvoor een eigen bijdrage werd ingehouden op het netto loon van de werknemer. Vanaf het moment dat de werkgever een auto ter beschikking stelde kwam het openbaar vervoerabonnement geheel voor rekening van de werknemer. Daarnaast betaalde de werknemer aan zijn werkgever een bijdrage voor privégebruik van de auto. In de jaren 2001 tot en met 2004 trok de werknemer naast de bijdrage voor privégebruik ook de betaling van het openbaar vervoerabonnement af van de bijtelling auto in zijn aangifte. Bij de behandeling van de aangifte inkomstenbelasting 2000 stelde de belastingdienst vragen over het privégebruik auto. Dat leidde tot een correctie van het aangegeven inkomen. De aanslagen over de jaren 2001 en volgende werden opgelegd overeenkomstig de ingediende aangiften. Nadat de bevoegde inspecteur van een collega een renseignement had ontvangen waaruit bleek dat de eigen bijdrage voor het privégebruik auto veel lager was dan in de aangiften was verwerkt, legde de inspecteur navorderingaanslagen op.
De inspecteur heeft de bevoegdheid om navorderingsaanslagen op te leggen als te weinig belasting is geheven en hij beschikt over informatie die hem ten tijde van het opleggen van de oorspronkelijke aanslag niet bekend was. Uitgangspunt is dat de inspecteur in de regel mag vertrouwen op de aangifte.
De rechtbank Haarlem meende dat de inspecteur er in dit geval, mede gezien de briefwisseling over het privégebruik auto bij de behandeling van de aangifte 2000, op mocht vertrouwen dat de werknemer in de jaren daarna de bijtelling op de juiste wijze zou aangeven. Het renseignement ontving hij pas in 2006. Op dat moment werd duidelijk dat de werknemer was afgeweken van de voor het jaar 2000 gevolgde gedragslijn. Het renseignement was volgens de rechtbank een nieuw feit dat navordering mogelijk maakte. De rechtbank liet de opgelegde navorderingsaanslagen in stand. Wel verlaagde de rechtbank de boetes. Er was sprake van grove schuld. Dan kan een boete worden opgelegd van 25% van de nagevorderde belasting. De rechtbank vond de opgelegde boetes in beginsel passend en geboden, maar verlaagde de boetes omdat drie jaren achtereen een boete was opgelegd tot € 150 euro per jaar.