Onttrekking tijdens opslag in douane-entrepot

Een zeecontainer die per schip uit Zuid-Afrika naar België werd vervoerd en van daar per vrachtauto naar Nederland zou volgens de bijbehorende documenten drie dure auto’s moeten bevatten. De container was verzegeld. Bij opening van de container bleek deze leeg te zijn. Voorafgaande aan de opening van de container was bij de douane aangifte gedaan. Na de opening van de container werd aan de douane gemeld dat deze leeg was. De douane hief van de houder van het entrepot, waarin de container was geplaatst, de voor de auto's verschuldigde douanerechten en omzetbelasting na.

De Douanekamer van Hof Amsterdam liet de aanslagen in stand omdat de entrepothouder niet aannemelijk had gemaakt dat de auto's niet in Zuid-Afrika waren geladen of dat de auto's tussen de lossing van de container in België en de opening van de container in Nederland aan het douanetoezicht waren onttrokken. Volgens het hof moest daarom worden uitgegaan van de juistheid van de documenten van verscheping en de bij de douane gedane aangifte en was er geen aanleiding om de gedane aangifte te herzien. De entrepothouder ging in cassatie tegen de uitspraak van het hof. Goederen die op een aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling douane-entrepots zijn vermeld en vervolgens niet in het douane-entrepot aanwezig zijn, worden geacht aan het douanetoezicht te zijn onttrokken. Dit vermoeden kan worden weerlegd door aannemelijk te maken dat de goederen op het tijdstip van de aanvaarding van de douaneaangifte niet aanwezig waren. Daartoe kan een belanghebbende feiten aanvoeren die zich hebben voorgedaan voorafgaand aan de aangifte, maar ook feiten die zich daarna hebben voorgedaan tot aan het moment waarop de vermissing van de goederen is vastgesteld.

Rekening houdend met het betoog van de entrepothouder had het hof volgens de Hoge Raad zijn oordeel dat de auto's na de inslag in het douane-entrepot aan het douanetoezicht zijn onttrokken uitgebreider moeten motiveren.

Na verwijzing oordeelde de Douanekamer dat de entrepothouder er niet in was geslaagd om te bewijzen dat de auto's op het tijdstip van aanvaarding van de douaneaangifte niet aanwezig waren op de aangegeven plaats. De entrepothouder had wel een aantal verklaringen ingebracht die aanknopingspunten bevatten voor de stelling dat de auto’s niet in de container hadden gezeten, maar deze verklaringen verschaften niet de gevraagde zekerheid. De entrepothouder tekende ook tegen deze uitspraak beroep in cassatie aan.

De Hoge Raad was van oordeel dat de Douanekamer de bewijslast niet verkeerd heeft verdeeld door de entrepothouder op te dragen te bewijzen dat de auto's op het tijdstip van de aanvaarding van de aangifte tot plaatsing in het douane-entrepot niet in de container aanwezig waren. Dat had tot gevolg dat de auto's geacht werden in het douane-entrepot te zijn opgeslagen, zodat de inspecteur terecht niet tot herziening van de aangifte was overgegaan. Het feit dat de verzegeling bij het openen van de container intact was deed niet ter zake omdat de verzegeling niet door of in aanwezigheid van de douaneautoriteiten was verwijderd en de douane daarvoor ook geen toestemming had verleend. De douane heeft daardoor niet kunnen constateren of controleren dat de container bij opening leeg was.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Een zeecontainer die per schip uit Zuid-Afrika naar België werd vervoerd en van daar per vrachtauto naar Nederland zou volgens de bijbehorende documenten drie dure auto’s moeten bevatten. De container was verzegeld. Bij opening van de container bleek deze leeg te zijn. Voorafgaande aan de opening van de container was bij de douane aangifte gedaan. Na de opening van de container werd aan de douane gemeld dat deze leeg was. De douane hief van de houder van het entrepot, waarin de container was geplaatst, de voor de auto's verschuldigde douanerechten en omzetbelasting na. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De Douanekamer van Hof Amsterdam liet de aanslagen in stand omdat de entrepothouder niet aannemelijk had gemaakt dat de auto's niet in Zuid-Afrika waren geladen of dat de auto's tussen de lossing van de container in België en de opening van de container in Nederland aan het douanetoezicht waren onttrokken. Volgens het hof moest daarom worden uitgegaan van de juistheid van de documenten van verscheping en de bij de douane gedane aangifte en was er geen aanleiding om de gedane aangifte te herzien. De entrepothouder ging in cassatie tegen de uitspraak van het hof. Goederen die op een aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling douane-entrepots zijn vermeld en vervolgens niet in het douane-entrepot aanwezig zijn, worden geacht aan het douanetoezicht te zijn onttrokken. Dit vermoeden kan worden weerlegd door aannemelijk te maken dat de goederen op het tijdstip van de aanvaarding van de douaneaangifte niet aanwezig waren. Daartoe kan een belanghebbende feiten aanvoeren die zich hebben voorgedaan voorafgaand aan de aangifte, maar ook feiten die zich daarna hebben voorgedaan tot aan het moment waarop de vermissing van de goederen is vastgesteld. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Rekening houdend met het betoog van de entrepothouder had het hof volgens de Hoge Raad zijn oordeel dat de auto's na de inslag in het douane-entrepot aan het douanetoezicht zijn onttrokken uitgebreider moeten motiveren. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Na verwijzing oordeelde de Douanekamer dat de entrepothouder er niet in was geslaagd om te bewijzen dat de auto's op het tijdstip van aanvaarding van de douaneaangifte niet aanwezig waren op de aangegeven plaats. De entrepothouder had wel een aantal verklaringen ingebracht die aanknopingspunten bevatten voor de stelling dat de auto’s niet in de container hadden gezeten, maar deze verklaringen verschaften niet de gevraagde zekerheid. De entrepothouder tekende ook tegen deze uitspraak beroep in cassatie aan. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De Hoge Raad was van oordeel dat de Douanekamer de bewijslast niet verkeerd heeft verdeeld door de entrepothouder op te dragen te bewijzen dat de auto's op het tijdstip van de aanvaarding van de aangifte tot plaatsing in het douane-entrepot niet in de container aanwezig waren. Dat had tot gevolg dat de auto's geacht werden in het douane-entrepot te zijn opgeslagen, zodat de inspecteur terecht niet tot herziening van de aangifte was overgegaan. Het feit dat de verzegeling bij het openen van de container intact was deed niet ter zake omdat de verzegeling niet door of in aanwezigheid van de douaneautoriteiten was verwijderd en de douane daarvoor ook geen toestemming had verleend. De douane heeft daardoor niet kunnen constateren of controleren dat de container bij opening leeg was. </P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u