Ontslagvergoeding verhoogd wegens onredelijkheid ontslag
Wanneer een werkgever een arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk opzegt kan aan de werknemer een schadevergoeding worden toegekend of kan de werkgever worden veroordeeld tot herstel van de dienstbetrekking. Er is sprake van een kennelijk onredelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst wanneer de gevolgen voor de werknemer ernstiger zijn dan het belang van de werkgever bij opzegging. Bij deze afweging wordt gelet op de voor de werknemer getroffen voorzieningen en zijn kansen om ander passend werk te vinden. Zelfs als het CWI heeft vastgesteld dat om bedrijfseconomische redenen opzegging van de arbeidsovereenkomst noodzakelijk is en toestemming heeft verleend om de arbeidsovereenkomst op te zeggen moet de kantonrechter zich in een procedure een oordeel vormen over de vraag of het gegeven ontslag kennelijk onredelijk is.
Dat was het geval in een procedure die betrekking had op het ontslag van werknemers die bijna 40 jaar in dienst waren van dezelfde werkgever. Door het ontslag konden de werknemers geen gebruik maken van de binnen het concern bestaande VUT-regeling. Bij voortzetting van hun dienstverbanden zouden zij in 2006 vervroegd hebben kunnen uittreden. Het ontslag was het gevolg van een reorganisatie, waarbij een slecht lopend bedrijfsonderdeel werd ondergebracht in een aparte vennootschap, die korte tijd later werd ontbonden. In het bij de reorganisatie opgestelde sociaal plan werd geen rekening gehouden met opgebouwde VUT-rechten. Indiensttreding bij één van de andere concernvennootschappen zou voor die vennootschap financieel zeer nadelig zijn omdat in dat geval alsnog aanspraak kon worden gemaakt op de VUT-regeling. De kantonrechter vond de aangeboden ontslagvergoeding ronduit karig. Voor ieder van de betreffende werknemers kwam de vergoeding neer op een bedrag van ongeveer € 30.000.
Herstel van de dienstbetrekkingen was niet mogelijk omdat de functies van de werknemers waren vervallen en de activiteiten waren gestaakt. Schadevergoeding was wel mogelijk volgens de kantonrechter. De kantonrechter bepaalde de schadevergoeding volgens de kantonrechtersformule maar met een hogere factor dan in het sociaal plan en kwam uit op bedragen van ongeveer € 100.000 per werknemer.
Wanneer een werkgever een arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk opzegt kan aan de werknemer een schadevergoeding worden toegekend of kan de werkgever worden veroordeeld tot herstel van de dienstbetrekking. Er is sprake van een kennelijk onredelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst wanneer de gevolgen voor de werknemer ernstiger zijn dan het belang van de werkgever bij opzegging. Bij deze afweging wordt gelet op de voor de werknemer getroffen voorzieningen en zijn kansen om ander passend werk te vinden. Zelfs als het CWI heeft vastgesteld dat om bedrijfseconomische redenen opzegging van de arbeidsovereenkomst noodzakelijk is en toestemming heeft verleend om de arbeidsovereenkomst op te zeggen moet de kantonrechter zich in een procedure een oordeel vormen over de vraag of het gegeven ontslag kennelijk onredelijk is.
Dat was het geval in een procedure die betrekking had op het ontslag van werknemers die bijna 40 jaar in dienst waren van dezelfde werkgever. Door het ontslag konden de werknemers geen gebruik maken van de binnen het concern bestaande VUT-regeling. Bij voortzetting van hun dienstverbanden zouden zij in 2006 vervroegd hebben kunnen uittreden. Het ontslag was het gevolg van een reorganisatie, waarbij een slecht lopend bedrijfsonderdeel werd ondergebracht in een aparte vennootschap, die korte tijd later werd ontbonden. In het bij de reorganisatie opgestelde sociaal plan werd geen rekening gehouden met opgebouwde VUT-rechten. Indiensttreding bij één van de andere concernvennootschappen zou voor die vennootschap financieel zeer nadelig zijn omdat in dat geval alsnog aanspraak kon worden gemaakt op de VUT-regeling. De kantonrechter vond de aangeboden ontslagvergoeding ronduit karig. Voor ieder van de betreffende werknemers kwam de vergoeding neer op een bedrag van ongeveer € 30.000.
Herstel van de dienstbetrekkingen was niet mogelijk omdat de functies van de werknemers waren vervallen en de activiteiten waren gestaakt. Schadevergoeding was wel mogelijk volgens de kantonrechter. De kantonrechter bepaalde de schadevergoeding volgens de kantonrechtersformule maar met een hogere factor dan in het sociaal plan en kwam uit op bedragen van ongeveer € 100.000 per werknemer.