
Door de overgang van een onderneming gaan volgens het Burgerlijk Wetboek alle rechten en verplichtingen die voor de werkgever in die onderneming voortvloeien uit bestaande arbeidsovereenkomsten van rechtswege over op de verkrijger van de onderneming. Vanaf dat moment bestaan er geen arbeidsovereenkomsten meer tussen de oude werkgever en de werknemers die behoren tot de overgedragen onderneming. Niet noodzakelijk is dat een werknemer ten tijde van de overgang van de onderneming ook feitelijk werkzaam is in de onderneming. Dat blijkt uit de volgende casus.
Een werknemer werd gedetacheerd bij de moedermaatschappij van zijn werkgever. Door het faillissement van de moedermaatschappij eindigde de detacheringsovereenkomst. De activiteiten van de werkgever werden verkocht. In het kader van de overgang van de onderneming gingen alle werknemers mee naar de nieuwe werkgever. De oude en de nieuwe werkgever verzochten de kantonrechter vervolgens om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de eerder gedetacheerde werknemer. Als argument werd aangevoerd dat deze werknemer vanwege de detachering niet behoorde tot de overgenomen onderneming. Voor het geval de kantonrechter zou oordelen dat de werknemer wel mee overgenomen was, beriep de nieuwe werkgever zich op een reorganisatie om bedrijfseconomische redenen.
De kantonrechter was van oordeel dat alle werknemers die ten tijde van de overgang van de onderneming in dienst waren bij de oude werkgever tot de overgenomen onderneming behoorden. Het is niet de bedoeling om een werknemer die niet feitelijk werkzaam is ten tijde van de overgang uit te sluiten van de bescherming die de regeling biedt. De detacheringsovereenkomst was al voor de overgang van de onderneming beƫindigd, waardoor de werknemer was teruggekeerd naar de oude werkgever omdat zijn arbeidsovereenkomst doorliep. De kantonrechter vond niet van belang dat de oude werkgever de werknemer had vrijgesteld van werkzaamheden en wees het ontbindingsverzoek af. Volgens de kantonrechter lag de grondslag van het ontbindingsverzoek in de overgang van de onderneming. Het bestaan van een bedrijfseconomische noodzaak voor een reorganisatie die tot gevolg had dat de functie van de werknemer verviel was niet aangetoond.