Ontslag voor werknemer die geloof uitdroeg

De vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst zijn in de Grondwet opgenomen rechten. Het recht op het belijden van het geloof en het verkondigen van geloofsuitingen is geen absoluut recht. Dat betekent dat deze rechten door conflicterende rechten van anderen kunnen worden beperkt. Dat ondervond een verpleegkundige die in een ziekenhuis werkte. Meerdere malen sprak hij op eigen initiatief met patiënten over zijn geloof en over zijn door het geloof bepaalde visie op ethische kwesties. Daarmee schond de verpleegkundige de belangen van de patiënten. Patiënten in een ziekenhuis verkeren vanwege hun ziekte en/of hun opname in het ziekenhuis in een afhankelijke positie ten opzichte van het ziekenhuis en de verpleegkundigen. De rechten van patiënten op welbevinden en op bescherming van hun persoonlijke levenssfeer zijn sterker dan het grondrecht van een verpleegkundige om te getuigen van zijn geloofsopvattingen. De kantonrechter vond de instructie van een ziekenhuis aan een verpleegkundige om niet ongevraagd met patiënten over zijn geloofsopvatting te spreken redelijk. De verpleegkundige hield zich meer dan eens niet aan deze instructie. Dat was voor het ziekenhuis aanleiding om ontbinding van de arbeidsovereenkomst te vragen. Daarbij was geen sprake van discriminatie op grond van godsdienst. De kantonrechter deelde de vrees van het ziekenhuis dat de verpleegkundige zich in de toekomst niet aan de instructies zou (kunnen) houden en ontbond de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter kende aan de verpleegkundige slechts een bescheiden ontbindingsvergoeding toe op basis van de kantonrechtersformule met een factor C van 0,2. De "neutrale" waarde voor deze factor is 1.
De vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van godsdienst zijn in de Grondwet opgenomen rechten. Het recht op het belijden van het geloof en het verkondigen van geloofsuitingen is geen absoluut recht. Dat betekent dat deze rechten door conflicterende rechten van anderen kunnen worden beperkt. Dat ondervond een verpleegkundige die in een ziekenhuis werkte. Meerdere malen sprak hij op eigen initiatief met patiënten over zijn geloof en over zijn door het geloof bepaalde visie op ethische kwesties. Daarmee schond de verpleegkundige de belangen van de patiënten. Patiënten in een ziekenhuis verkeren vanwege hun ziekte en/of hun opname in het ziekenhuis in een afhankelijke positie ten opzichte van het ziekenhuis en de verpleegkundigen. De rechten van patiënten op welbevinden en op bescherming van hun persoonlijke levenssfeer zijn sterker dan het grondrecht van een verpleegkundige om te getuigen van zijn geloofsopvattingen. De kantonrechter vond de instructie van een ziekenhuis aan een verpleegkundige om niet ongevraagd met patiënten over zijn geloofsopvatting te spreken redelijk. De verpleegkundige hield zich meer dan eens niet aan deze instructie. Dat was voor het ziekenhuis aanleiding om ontbinding van de arbeidsovereenkomst te vragen. Daarbij was geen sprake van discriminatie op grond van godsdienst.
De kantonrechter deelde de vrees van het ziekenhuis dat de verpleegkundige zich in de toekomst niet aan de instructies zou (kunnen) houden en ontbond de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter kende aan de verpleegkundige slechts een bescheiden ontbindingsvergoeding toe op basis van de kantonrechtersformule met een factor C van 0,2. De "neutrale" waarde voor deze factor is 1.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u