Ontslag statutair directeur

De bevoegdheid om een statutaire bestuurder te benoemen en te ontslaan berust bij de algemene vergadering van aandeelhouders. Het vennootschaprechtelijk besluit om een bestuurder te ontslaan heeft doorgaans ook de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van de bestuurder tot gevolg. Dat is alleen anders wanneer er een wettelijk ontslagverbod van toepassing is of wanneer partijen anders zijn overeengekomen. Op grond van de wet heeft de bestuurder een raadgevende stem in de algemene vergadering van aandeelhouders. Dat houdt in dat een bestuurder in de algemene vergadering waarin het voornemen om hem te ontslaan moet worden gehoord. Wanneer een bestuurder tijdig is meegedeeld dat er een algemene vergadering van aandeelhouders zal worden gehouden met als agendapunt zijn ontslag, maar de bestuurder daar niet verschijnt omdat zijn advocaat verhinderd is, is het door de algemene vergadering van aandeelhouders genomen ontslagbesluit rechtsgeldig en niet vernietigbaar.

Wel kan de opzegging onregelmatig zijn of kennelijk onredelijk. De kantonrechter moet dat beoordelen.

 

In de arbeidsovereenkomst van een bestuurder was opgenomen dat tussentijdse opzegging mogelijk was tegen het einde van een maand en met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden. Een BV die de arbeidsovereenkomst met haar bestuurder op 29 december 2008 met onmiddellijke ingang opzegde hield zich niet aan de vereiste opzegging tegen het einde van de maand. De opzegging was daarom onregelmatig. De bestuurder had recht op het salaris over de tijd dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had moeten voortduren. Het ging in dit geval om het salaris over twee dagen omdat de BV wel salaris over de opzegtermijn van zes maanden had betaald. Daarnaast had de bestuurder recht op vergoeding van tijdens de opzegtermijn niet genoten vakantiedagen. Compensatie van niet genoten vakantiedagen met de vrijstelling van werk gedurende de opzegtermijn was niet aan de orde.

 

De kantonrechter was van oordeel dat de opzegging kennelijk onredelijk was omdat het ontslag om een voorgewende reden was gegeven. Als reden voor het ontslag was aangevoerd dat de BV het vertrouwen in de bestuurder had verloren vanwege zijn disfunctioneren. De aandeelhouder van de BV was teruggekomen op zijn besluit om zich terug te trekken uit de dagelijkse gang van zaken en wilde daarom de in zijn plaats aangestelde bestuurder ontslaan. De manier waarop de bestuurder was ontslagen en het feit dat de BV hem geen afvloeiingsregeling had aangeboden, maakten de opzegging kennelijk onredelijk. Ondanks de korte duur van het dienstverband vond de kantonrechter een schadevergoeding van € 35.000 billijk.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De bevoegdheid om een statutaire bestuurder te benoemen en te ontslaan berust bij de algemene vergadering van aandeelhouders. Het vennootschaprechtelijk besluit om een bestuurder te ontslaan heeft doorgaans ook de beëindiging van de arbeidsovereenkomst van de bestuurder tot gevolg. Dat is alleen anders wanneer er een wettelijk ontslagverbod van toepassing is of wanneer partijen anders zijn overeengekomen. Op grond van de wet heeft de bestuurder een raadgevende stem in de algemene vergadering van aandeelhouders. Dat houdt in dat een bestuurder in de algemene vergadering waarin het voornemen om hem te ontslaan moet worden gehoord. Wanneer een bestuurder tijdig is meegedeeld dat er een algemene vergadering van aandeelhouders zal worden gehouden met als agendapunt zijn ontslag, maar de bestuurder daar niet verschijnt omdat zijn advocaat verhinderd is, is het door de algemene vergadering van aandeelhouders genomen ontslagbesluit rechtsgeldig en niet vernietigbaar.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Wel kan de opzegging onregelmatig zijn of kennelijk onredelijk. De kantonrechter moet dat beoordelen.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">&nbsp;</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">In de arbeidsovereenkomst van een bestuurder was opgenomen dat tussentijdse opzegging mogelijk was tegen het einde van een maand en met inachtneming van een opzegtermijn van zes maanden. Een BV die de arbeidsovereenkomst met haar bestuurder op 29 december 2008 met onmiddellijke ingang opzegde hield zich niet aan de vereiste opzegging tegen het einde van de maand. De opzegging was daarom onregelmatig. De bestuurder had recht op het salaris over de tijd dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had moeten voortduren. Het ging in dit geval om het salaris over twee dagen omdat de BV wel salaris over de opzegtermijn van zes maanden had betaald. Daarnaast had de bestuurder recht op vergoeding van tijdens de opzegtermijn niet genoten vakantiedagen. Compensatie van niet genoten vakantiedagen met de vrijstelling van werk gedurende de opzegtermijn was niet aan de orde. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt"><?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" /><o:p>&nbsp;</o:p></P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De kantonrechter was van oordeel dat de opzegging kennelijk onredelijk was omdat het ontslag om een voorgewende reden was gegeven. Als reden voor het ontslag was aangevoerd dat de BV het vertrouwen in de bestuurder had verloren vanwege zijn disfunctioneren. De aandeelhouder van de BV was teruggekomen op zijn besluit om zich terug te trekken uit de dagelijkse gang van zaken en wilde daarom de in zijn plaats aangestelde bestuurder ontslaan. De manier waarop de bestuurder was ontslagen en het feit dat de BV hem geen afvloeiingsregeling had aangeboden, maakten de opzegging kennelijk onredelijk. Ondanks de korte duur van het dienstverband vond de kantonrechter een schadevergoeding van € 35.000 billijk.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u