Ontslag op staande voet op laatste werkdag
Vanwege een reorganisatie zegde een werkgever de arbeidsovereenkomst met een werknemer op per 1 oktober 2005. De werkgever had de voor de opzegging vereiste toestemming van het CWI verkregen. De werknemer had de beschikking over een auto van zijn werkgever. De werknemer raakte in april 2005 in verband met rijden onder invloed zijn rijbewijs voor een periode van 10 maanden kwijt. Dat zijn rijbewijs was ingetrokken deelde de werknemer niet aan zijn werkgever mee.
Vooruitlopend op de beƫindiging van de arbeidsovereenkomst werd de werknemer per medio juni 2005 vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden. Ondanks de ontzegging van de rijbevoegdheid maakte de werknemer gebruik van de auto. Op 25 september 2005 raakte hij onder invloed van alcohol betrokken bij een ongeluk. De politie nam de leaseauto in beslag. Nadat de werknemer het voorval aan zijn werkgever meldde werd hij, op de laatste dag van het dienstverband, op staande voet ontslagen. Dat had tot gevolg dat het sociaal plan dat de werkgever in verband met de reorganisatie had opgesteld niet op hem van toepassing was. De kantonrechter was van oordeel dat onder deze omstandigheden het ontslag op staande voet gerechtvaardigd was, ook al was het op de laatste dag van het dienstverband gegeven.
De kantonrechter veroordeelde de werknemer om de schade aan de leaseauto die het gevolg was van de aanrijding te vergoeden aan de werkgever. De werkgever had ook vergoeding van de leasekosten over de periode van 1 april tot 30 september 2005 gevorderd. De kantonrechter wees die vordering af omdat de werkgever niet aannemelijk had gemaakt dat hij zich die kosten had kunnen besparen of de auto aan een andere medewerker ter beschikking had kunnen stellen bij inlevering door de werknemer. De werkgever had geen aanbod gedaan om bewijs voor deze stelling te leveren.
Vanwege een reorganisatie zegde een werkgever de arbeidsovereenkomst met een werknemer op per 1 oktober 2005. De werkgever had de voor de opzegging vereiste toestemming van het CWI verkregen. De werknemer had de beschikking over een auto van zijn werkgever. De werknemer raakte in april 2005 in verband met rijden onder invloed zijn rijbewijs voor een periode van 10 maanden kwijt. Dat zijn rijbewijs was ingetrokken deelde de werknemer niet aan zijn werkgever mee.
Vooruitlopend op de beƫindiging van de arbeidsovereenkomst werd de werknemer per medio juni 2005 vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden. Ondanks de ontzegging van de rijbevoegdheid maakte de werknemer gebruik van de auto. Op 25 september 2005 raakte hij onder invloed van alcohol betrokken bij een ongeluk. De politie nam de leaseauto in beslag. Nadat de werknemer het voorval aan zijn werkgever meldde werd hij, op de laatste dag van het dienstverband, op staande voet ontslagen. Dat had tot gevolg dat het sociaal plan dat de werkgever in verband met de reorganisatie had opgesteld niet op hem van toepassing was. De kantonrechter was van oordeel dat onder deze omstandigheden het ontslag op staande voet gerechtvaardigd was, ook al was het op de laatste dag van het dienstverband gegeven.
De kantonrechter veroordeelde de werknemer om de schade aan de leaseauto die het gevolg was van de aanrijding te vergoeden aan de werkgever. De werkgever had ook vergoeding van de leasekosten over de periode van 1 april tot 30 september 2005 gevorderd. De kantonrechter wees die vordering af omdat de werkgever niet aannemelijk had gemaakt dat hij zich die kosten had kunnen besparen of de auto aan een andere medewerker ter beschikking had kunnen stellen bij inlevering door de werknemer. De werkgever had geen aanbod gedaan om bewijs voor deze stelling te leveren.