
Een dienstverband kan op initiatief van de werkgever ontbonden worden door een ontslagvergunning te vragen of door bij de kantonrechter een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst in te dienen. In dat laatste geval zal de kantonrechter beoordelen of er een ontslagvergoeding betaald moet worden. Is het dienstverband beëindigd door opzegging na het verkrijgen van een ontslagvergunning, dan kan aan de kantonrechter gevraagd worden om schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. Er is sprake van kennelijk onredelijk ontslag als de gevolgen voor de werknemer van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst zwaarder wegen dan de gevolgen voor de werkgever.
De kantonrechter vond het ontslaan van een werknemer na een dienstverband van 38 jaar en minder dan twee jaar voordat de werknemer gebruik kon maken van een vroegpensioenregeling zonder enige vergoeding of andere voorziening kennelijk onredelijk.
Gezien de leeftijd van de werknemer en zijn eenzijdige werkervaring is onwaarschijnlijk dat de werknemer binnen een redelijke termijn ander werk vindt.
De kantonrechter schatte de schade van de werknemer aan inkomens- en pensioenderving op een bedrag van € 150.000. De werkgever moest deze schade aan de werknemer vergoeden.