Ontslag kennelijk onredelijk door samenloop van factoren

De opzegging van een arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid met toestemming van de Centrale organisatie Werk en Inkomen (CWI) is niet kennelijk onredelijk als de opzeggingsgrond op de datum van beëindiging van de dienstbetrekking niet meer bestaat en de werknemer niet langer langdurig ongeschikt is om zijn eigen functie te vervullen, aldus de kantonrechter. Toch kan in een dergelijk geval het ontslag kennelijk onredelijk zijn vanwege de overwegend nadelige gevolgen daarvan voor de werknemer. De werkgever moet zijn eigen belang bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst afwegen tegen de te verwachten nadelige gevolgen van de beëindiging voor de werknemer. De beoordeling van de belangenafweging moet uitgaan van de situatie op het moment dat de arbeidsovereenkomst eindigt. Ook opzegging zonder financiële compensatie leidt niet zonder meer tot de conclusie dar de opzegging kennelijk onredelijk is. Dat geldt ook voor omstandigheden als leeftijd op het moment van herintreding op de arbeidsmarkt of het bestaan van arbeidsbeperkingen, als deze niet zijn toe te rekenen aan de werkgever. In deze casus had de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen verricht. Hoewel geen van de omstandigheden op zichzelf genomen aanleiding gaven om het ontslag als kennelijk onredelijk aan te merken, vond de kantonrechter dat zij samen en in hun onderlinge samenhang bezien tot een ander oordeel leidden. Het gevraagde herstel van de arbeidsovereenkomst werd niet verleend, maar de kantonrechter kende wel een schadevergoeding toe aan de werknemer. De hoogte daarvan werd niet met de kantonrechtersformule berekend, maar werd door de kantonrechter vastgesteld op een bedrag van € 15.000.
De opzegging van een arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid met toestemming van de Centrale organisatie Werk en Inkomen (CWI) is niet kennelijk onredelijk als de opzeggingsgrond op de datum van beëindiging van de dienstbetrekking niet meer bestaat en de werknemer niet langer langdurig ongeschikt is om zijn eigen functie te vervullen, aldus de kantonrechter.
Toch kan in een dergelijk geval het ontslag kennelijk onredelijk zijn vanwege de overwegend nadelige gevolgen daarvan voor de werknemer. De werkgever moet zijn eigen belang bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst afwegen tegen de te verwachten nadelige gevolgen van de beëindiging voor de werknemer. De beoordeling van de belangenafweging moet uitgaan van de situatie op het moment dat de arbeidsovereenkomst eindigt.
Ook opzegging zonder financiële compensatie leidt niet zonder meer tot de conclusie dar de opzegging kennelijk onredelijk is. Dat geldt ook voor omstandigheden als leeftijd op het moment van herintreding op de arbeidsmarkt of het bestaan van arbeidsbeperkingen, als deze niet zijn toe te rekenen aan de werkgever. In deze casus had de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen verricht.
Hoewel geen van de omstandigheden op zichzelf genomen aanleiding gaven om het ontslag als kennelijk onredelijk aan te merken, vond de kantonrechter dat zij samen en in hun onderlinge samenhang bezien tot een ander oordeel leidden. Het gevraagde herstel van de arbeidsovereenkomst werd niet verleend, maar de kantonrechter kende wel een schadevergoeding toe aan de werknemer. De hoogte daarvan werd niet met de kantonrechtersformule berekend, maar werd door de kantonrechter vastgesteld op een bedrag van € 15.000.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u