Ontbreken van herinvesteringsvoornemen na verkoop pand

Ondernemers die bedrijfsmiddelen met winst verkopen kunnen belastingheffing over de behaalde winst uitstellen door de vorming van een herinvesteringsreserve. De gereserveerde boekwinst wordt als eerste afschrijving geboekt op latere investeringen in bedrijfsmiddelen. Voor de boekwinst die wordt behaald met de verkoop van onroerende zaken moet de ondernemer het voornemen hebben om de winst te herinvesteren in een vervangend pand. Ontbreekt dat voornemen dan kan geen herinvesteringsreserve worden gevormd of moet een bestaande reserve aan de winst worden toegevoegd. Hof Amsterdam kwam in een procedure tot het oordeel dat een ondernemer die in 2002 zijn bedrijfspand had verkocht aan het einde van dat jaar geen herinvesteringsvoornemen had. Het Hof baseerde dat oordeel onder meer op de aankoop van een schip in 2004. Door de in 2004 aangegane verplichtingen had de ondernemer geen financieringsruimte meer voor de aankoop van een pand. Volgens de Hoge Raad moet aan het einde van een jaar beoordeeld worden of een ondernemer een herinvesteringsvoornemen heeft. Het Hof had een in een later jaar aangegane verplichting in die beoordeling betrokken zonder aan te geven waarom die verplichting het bestaan van een herinvesteringvoornemen aan het einde van het jaar 2002 zou verhinderen. Na verwijzing stelde Hof Den Haag vast dat een herinvesteringsvoornemen ontbrak. De ondernemer gebruikte het verkochte pand voor zijn eigen onderneming. Het pand dat hij met de opbrengst wilde kopen was grotendeels bestemd voor de verhuur. Daarmee voldeed het pand niet aan de eis dat het eenzelfde economische functie had als het vervreemde pand. De in het jaar 2002 gerealiseerde boekwinst op het pand kon niet worden gereserveerd.
Ondernemers die bedrijfsmiddelen met winst verkopen kunnen belastingheffing over de behaalde winst uitstellen door de vorming van een herinvesteringsreserve. De gereserveerde boekwinst wordt als eerste afschrijving geboekt op latere investeringen in bedrijfsmiddelen. Voor de boekwinst die wordt behaald met de verkoop van onroerende zaken moet de ondernemer het voornemen hebben om de winst te herinvesteren in een vervangend pand. Ontbreekt dat voornemen dan kan geen herinvesteringsreserve worden gevormd of moet een bestaande reserve aan de winst worden toegevoegd.
Hof Amsterdam kwam in een procedure tot het oordeel dat een ondernemer die in 2002 zijn bedrijfspand had verkocht aan het einde van dat jaar geen herinvesteringsvoornemen had. Het Hof baseerde dat oordeel onder meer op de aankoop van een schip in 2004. Door de in 2004 aangegane verplichtingen had de ondernemer geen financieringsruimte meer voor de aankoop van een pand.
Volgens de Hoge Raad moet aan het einde van een jaar beoordeeld worden of een ondernemer een herinvesteringsvoornemen heeft. Het Hof had een in een later jaar aangegane verplichting in die beoordeling betrokken zonder aan te geven waarom die verplichting het bestaan van een herinvesteringvoornemen aan het einde van het jaar 2002 zou verhinderen. Na verwijzing stelde Hof Den Haag vast dat een herinvesteringsvoornemen ontbrak. De ondernemer gebruikte het verkochte pand voor zijn eigen onderneming. Het pand dat hij met de opbrengst wilde kopen was grotendeels bestemd voor de verhuur. Daarmee voldeed het pand niet aan de eis dat het eenzelfde economische functie had als het vervreemde pand. De in het jaar 2002 gerealiseerde boekwinst op het pand kon niet worden gereserveerd.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u