
Een ondernemer die een bedrijfsmiddel verkoopt voor een hoger bedrag dan de boekwaarde hoeft niet meteen belasting te betalen over de meeropbrengst van het bedrijfsmiddel. De wet kent namelijk de mogelijkheid om een herinvesteringsreserve te vormen. De boekwinst wordt dan in mindering gebracht op de aanschafprijs van andere bedrijfsmiddelen die in het jaar van vervreemding of in de daarop volgende drie jaren worden gekocht. Voorwaarde is dat de ondernemer het voornemen heeft om tot herinvestering van de opbrengst over te gaan.
Hof Leeuwarden stelde in een procedure over een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting vast dat een BV in 2006 geen herinvesteringsreserve mocht vormen omdat zij aan het einde van dat jaar geen voornemen tot herinvestering had. De navorderingsaanslag was daarom terecht opgelegd.
Tegelijk met het opleggen van de navorderingsaanslag heeft de inspecteur een vergrijpboete opgelegd wegens grove schuld van de BV. Volgens de inspecteur was de BV bekend met de regeling van de herinvesteringsreserve en wist zij of had zij moeten weten dat een herinvesteringsvoornemen vereist was. De inspecteur slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de BV kennis bezat van de herinvesteringsreserve. Het hoger beroep tegen de opgelegde vergrijpboete slaagde wel.