
Een arbeidsovereenkomst kan op verschillende manieren worden beëindigd. Een van deze manieren is opzegging door een der partijen met inachtneming van de geldende opzegtermijn. Als de werkgever de arbeidsovereenkomst wil opzeggen heeft hij toestemming nodig van het UWV Werkbedrijf. Een andere manier is een verzoek aan de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De verschillende procedures kunnen parallel lopen, wat kan leiden tot vreemde gevolgen.
Zo moest de Hoge Raad onlangs oordelen over een zaak waarin de kantonrechter op verzoek van de werknemer de arbeidsovereenkomst ontbond wegens gewichtige redenen per 16 september 2009, terwijl de werkgever na verkregen toestemming de arbeidsovereenkomst op dezelfde dag had opgezegd per 1 september 2009.
De werkgever ging in hoger beroep tegen de beschikking van de kantonrechter. In principe is tegen een ontbindingsbeschikking geen hoger beroep mogelijk. Uitzondering geldt voor gevallen waarin de kantonrechter ten onrechte de wetsbepaling die ontbinding mogelijk maakt toepast. Volgens de werkgever was de ontbinding in dit geval niet geldig omdat de arbeidsovereenkomst al voor de dag van ontbinding was beëindigd door opzegging. Voor de geldigheid van de ontbindingsbeschikking is volgens het gerechtshof niet bepalend of de arbeidsovereenkomst nog bestaat op het moment waarop deze volgens de beschikking eindigt, maar of de arbeidsovereenkomst nog bestaat op het tijdstip waarop de ontbindingsbeschikking wordt uitgesproken. De beschikking van de kantonrechter, inclusief het deel dat betrekking had op de toegekende ontbindingsvergoeding, was geldig.
De werkgever ging in cassatie tegen het arrest van het hof. Volgens de werkgever konden in deze situatie de ontbindingsbeschikking en de toegekende vergoeding geen rechtsgevolg meer hebben en moest het oorspronkelijke ontbindingsverzoek alsnog niet-ontvankelijk worden verklaard. De Hoge Raad deelt deze opvatting niet. De wet sluit hoger beroep en cassatie tegen een ontbindingsbeschikking uit. Dat is bedoeld om discussie uit te sluiten over de wijze waarop de rechter van zijn in de wet opgenomen bevoegdheden gebruik heeft gemaakt.
Naast deze gevallen waarin de rechter het toepassingsbereik van het wetsartikel heeft miskend, staat slechts hoger beroep en cassatie open als de rechter bij de behandeling van een ontbindingsverzoek een fundamenteel rechtsbeginsel heeft verwaarloosd waardoor geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak. Dat zich na een rechterlijke uitspraak feiten of omstandigheden voordoen waardoor deze uitspraak geheel of gedeeltelijk geen effect meer kan sorteren is geen reden om hoger beroep toe te staan in gevallen waarin dat door de wet is uitgesloten.