Ontbindingsvergoeding en vergoeding niet opgenomen vakantiedagen

In beginsel worden alle aanspraken van een werknemer ter zake van de (wijze van) beëindiging tot uitdrukking gebracht in de vergoeding die de rechter naar billijkheid vaststelt. Dat geldt echter niet voor aanspraken die tijdens het dienstverband zijn ontstaan en die hun grondslag vinden in de periode vóór de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en die geen verband houden met de (wijze van) beëindiging van de arbeidsovereenkomst en de gevolgen daarvan. Voorbeelden van dergelijke aanspraken zijn een aanspraak op achterstallig loon en een aanspraak op uitbetaling in geld wegens niet genoten vakantiedagen. Een dergelijke aanspraak kan naast de ontbindingsbeschikking in een afzonderlijke procedure geldend worden gemaakt.

 

Door een reorganisatie bij een bedrijf kwam een aantal arbeidsplaatsen te vervallen. De werkgever stelde in overleg met vakbonden en de centrale ondernemingsraad een sociaal plan op. In het sociaal plan was bepaald dat werknemers konden worden vrijgesteld van werkzaamheden. In de periode van vrijstelling werden de opgebouwde vakantie- en ADV-dagen geacht te zijn opgenomen. Een werknemer, wiens arbeidsovereenkomst vanwege de reorganisatie werd ontbonden, vorderde uitbetaling van niet genoten vakantiedagen. De kantonrechter wees de vordering toe voor een totaal van 51 niet genoten vakantiedagen.  De werkgever ging in hoger beroep, omdat hij meende dat een vergoeding voor niet genoten vakantiedagen begrepen was in de door de kantonrechter toegekende beëindigingsvergoeding. Volgens Hof Den Bosch had de kantonrechter terecht een vergoeding voor niet genoten vakantiedagen aan de werknemer toegekend. De kantonrechter had wel de opbouw van vakantiedagen gedurende de periode van vrijstelling van werkzaamheden in mindering moeten brengen op het aantal uit te betalen dagen.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">In beginsel worden alle aanspraken van een werknemer ter zake van de (wijze van) beëindiging tot uitdrukking gebracht in de vergoeding die de rechter naar billijkheid vaststelt. Dat geldt echter niet voor aanspraken die tijdens het dienstverband zijn ontstaan en die hun grondslag vinden in de periode vóór de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en die geen verband houden met de (wijze van) beëindiging van de arbeidsovereenkomst en de gevolgen daarvan. Voorbeelden van dergelijke aanspraken zijn een aanspraak op achterstallig loon en een aanspraak op uitbetaling in geld wegens niet genoten vakantiedagen. Een dergelijke aanspraak kan naast de ontbindingsbeschikking in een afzonderlijke procedure geldend worden gemaakt.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">&nbsp;</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Door een reorganisatie bij een bedrijf kwam een aantal arbeidsplaatsen te vervallen. De werkgever stelde in overleg met vakbonden en de centrale ondernemingsraad een sociaal plan op. In het sociaal plan was bepaald dat werknemers konden worden vrijgesteld van werkzaamheden. In de periode van vrijstelling werden de opgebouwde vakantie- en ADV-dagen geacht te zijn opgenomen. Een werknemer, wiens arbeidsovereenkomst vanwege de reorganisatie werd ontbonden, vorderde uitbetaling van niet genoten vakantiedagen. De kantonrechter wees de vordering toe voor een totaal van 51 niet genoten vakantiedagen.<SPAN style="mso-spacerun: yes">&nbsp; </SPAN>De werkgever ging in hoger beroep, omdat hij meende dat een vergoeding voor niet genoten vakantiedagen begrepen was in de door de kantonrechter toegekende beëindigingsvergoeding. Volgens Hof Den Bosch had de kantonrechter terecht een vergoeding voor niet genoten vakantiedagen aan de werknemer toegekend. De kantonrechter had wel de opbouw van vakantiedagen gedurende de&nbsp;periode van vrijstelling van werkzaamheden in mindering moeten brengen op het aantal uit te betalen dagen.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u