
Een werknemer met een auto van de zaak had de inspecteur gevraagd om een verklaring geen privégebruik auto. Om te kunnen controleren of de werknemer per jaar niet meer dan
De rittenregistraties voldeden niet aan de eisen die daaraan in de Uitvoeringsregeling Loonbelasting 2001 worden gesteld. Dat was aanleiding voor de inspecteur om naheffingsaanslagen loonheffing en vergrijpboetes van 50% op te leggen.
Uit gegevens van de Nationale Autopas en van het Centraal Justitieel Incassobureau bleek dat de rittenregistratie niet deugde. Volgens die gegevens was de auto meerdere malen gesignaleerd op tijdstippen en plaatsen die niet overeenstemden met de plaatsen en tijden volgens de rittenadministratie. De werknemer slaagde er evenmin in op een andere manier te bewijzen dat het privégebruik niet meer had bedragen dan
De ondeugdelijkheid van de gevoerde rittenadministratie vormde voldoende bewijs dat het aan opzet van de werknemer was te wijten dat te weinig loonheffing was betaald. De opgelegde boetes bleven daarom in stand.