
Om een arbeidsovereenkomst te ontbinden kan een verzoek worden gedaan bij de kantonrechter. Een werkgever diende op grond van veranderingen in de omstandigheden een verzoek in om de arbeidsovereenkomst met een werknemer op korte termijn te laten eindigen, onder toekenning van een vergoeding. Ter onderbouwing van het verzoek stelde de werkgever dat hij er geen vertrouwen meer in had dat de werknemer in de toekomst in staat zou zijn om zijn functie naar behoren uit te oefenen. De werknemer was directeur van een stichting. De werknemer voerde als verweer aan dat hij meer dan zeven jaar prima als directeur had gefunctioneerd. De aanleiding voor het verzoek tot ontbinding bleek niet te liggen in het functioneren van de directeur, maar in diens kritische houding ten opzichte van het bestuur. Buiten de directeur om besloot het bestuur om de vergoeding van de voorzitter en de penningmeester/secretaris met terugwerkende kracht te verdubbelen. Opmerkingen van de directeur over het declaratiegedrag van het dagelijks bestuur werden niet op prijs gesteld door het bestuur. Op enig moment bestond 8% van de kosten van de stichting uit bestuurskosten.
De kantonrechter wees het verzoek tot ontbinding af omdat de stichting ter onderbouwing slechts vage stellingen had aangevoerd en geen concrete voorvallen. Er bestond geen deugdelijk verslag van een gesprek waarin de directeur op tekortschietend functioneren werd aangesproken. De kantonrechter deelde de opvatting van de directeur dat het verzoek kennelijk was gebaseerd op diens kritische houding en niet op slecht functioneren.