Onderwijsvrijstelling voor detachering leraren
De Wet op de Omzetbelasting kent een vrijstelling voor prestaties op het gebied van onderwijs. Het Hof van Justitie EG heeft op verzoek van de Hoge Raad de reikwijdte van deze vrijstelling uitgelegd. De vrijstelling is alleen van toepassing op het tegen vergoeding ter beschikking stellen van een leraar aan een vrijgestelde onderwijsinstelling als de leraar diensten verricht die nauw samenhangen met het vrijgestelde onderwijs en de terbeschikkingstelling nodig is om zo goed mogelijk onderwijs te kunnen geven. De terbeschikkingstelling van een leraar mag niet hoofdzakelijk bedoeld zijn om extra opbrengsten te genereren voor de uitlenende instelling.
Met behulp van deze uitleg kon de Hoge Raad de procedure voortzetten. Het uitlenen op tijdelijke basis van een leraar voorzag in een bestaand tekort aan onderwijzend personeel op de inlenende instelling en hing dus nauw met het onderwijs samen.
De vraag of de terbeschikkingstelling van onderwijzend personeel van zodanige kwaliteit is dat het niveau en de kwaliteit van het onderwijs op de inlenende school anders niet kan worden verzekerd en of de terbeschikkingstelling van leraren niet bedoeld is om extra opbrengsten te genereren vereisten feitelijk onderzoek. Hof Den Haag moest dat onderzoek uitvoeren. Het Hof vond aannemelijk gemaakt dat de kwaliteit van de gedetacheerde docenten hoger was dan van docenten die via een uitzendbureau werden ingehuurd. De onderwijsinstelling volgde strenge procedures bij het aannemen van personeel en bewaakte het kwaliteitsniveau door bijscholingen en functioneringsgesprekken.
Het Hof was van oordeel dat de terbeschikkingstelling van leraren niet was bedoeld om opbrengsten te verschaffen door in concurrentie te treden met commerciƫle ondernemingen. Op het totale personeelsbestand van circa 800 personen ging het om een zeer gering aantal gedetacheerde leraren. De opbrengst van detachering diende slechts ter bekostiging van de vervangende docent en niet om daarmee winst te behalen.
De Wet op de Omzetbelasting kent een vrijstelling voor prestaties op het gebied van onderwijs. Het Hof van Justitie EG heeft op verzoek van de Hoge Raad de reikwijdte van deze vrijstelling uitgelegd. De vrijstelling is alleen van toepassing op het tegen vergoeding ter beschikking stellen van een leraar aan een vrijgestelde onderwijsinstelling als de leraar diensten verricht die nauw samenhangen met het vrijgestelde onderwijs en de terbeschikkingstelling nodig is om zo goed mogelijk onderwijs te kunnen geven. De terbeschikkingstelling van een leraar mag niet hoofdzakelijk bedoeld zijn om extra opbrengsten te genereren voor de uitlenende instelling.
Met behulp van deze uitleg kon de Hoge Raad de procedure voortzetten. Het uitlenen op tijdelijke basis van een leraar voorzag in een bestaand tekort aan onderwijzend personeel op de inlenende instelling en hing dus nauw met het onderwijs samen.
De vraag of de terbeschikkingstelling van onderwijzend personeel van zodanige kwaliteit is dat het niveau en de kwaliteit van het onderwijs op de inlenende school anders niet kan worden verzekerd en of de terbeschikkingstelling van leraren niet bedoeld is om extra opbrengsten te genereren vereisten feitelijk onderzoek. Hof Den Haag moest dat onderzoek uitvoeren. Het Hof vond aannemelijk gemaakt dat de kwaliteit van de gedetacheerde docenten hoger was dan van docenten die via een uitzendbureau werden ingehuurd. De onderwijsinstelling volgde strenge procedures bij het aannemen van personeel en bewaakte het kwaliteitsniveau door bijscholingen en functioneringsgesprekken.
Het Hof was van oordeel dat de terbeschikkingstelling van leraren niet was bedoeld om opbrengsten te verschaffen door in concurrentie te treden met commerciƫle ondernemingen. Op het totale personeelsbestand van circa 800 personen ging het om een zeer gering aantal gedetacheerde leraren. De opbrengst van detachering diende slechts ter bekostiging van de vervangende docent en niet om daarmee winst te behalen.