Onderwijsvrijstelling niet van toepassing op werk tbv CITO

Op grond van de CAO voor het voortgezet onderwijs is een school verplicht om docenten voor ondermeer vakbondswerkzaamheden verlof te geven. Dat verlof is onbetaald als de school geen vergoeding ontvangt voor de verrichte werkzaamheden van de docent en betaald als het CITO de school wel een vergoeding betaalt. Een aantal docenten van een school voor voortgezet onderwijs verrichtte werkzaamheden bij het CITO, de instelling die examens en toetsen voor scholen ontwikkelt. De belastingdienst was van mening dat de school omzetbelasting had moeten berekenen over de ontvangen vergoedingen en legde daarom een naheffingsaanslag op. Voor de rechtbank in Arnhem was in geschil of de werkzaamheden voor het CITO onder de onderwijsvrijstelling van de omzetbelasting vielen. Volgens de rechtbank was de onderwijsvrijstelling niet van toepassing omdat het doorbetalen van salaris gedurende een verlofperiode niet nauw samenhangt met het door de school verstrekte onderwijs. De school ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. De dienst van de school hing nauw samen met het verstrekken van toetsen door het CITO. Dat is op grond van een besluit uit 1998 een vrijgestelde prestatie. Volgens de school is haar dienst onontbeerlijk voor de van omzetbelasting vrijgestelde prestatie van het CITO. Hof Arnhem leidt uit het arrest Horizon College van het Hof van Justitie EG uit 2007 af dat voorwaarde voor toepassing van de onderwijsvrijstelling is dat het CITO een onderwijsinstelling is. Het CITO verstrekt zelf geen onderwijs maar houdt zich bezig met het in opdracht vervaardigen van examens. Voor deze prestatie is het CITO aangemerkt als instelling die vrijgestelde prestaties verricht van sociale aard. Daarom was op de diensten van de school ten behoeve van het CITO de onderwijsvrijstelling niet van toepassing.
Op grond van de CAO voor het voortgezet onderwijs is een school verplicht om docenten voor ondermeer vakbondswerkzaamheden verlof te geven. Dat verlof is onbetaald als de school geen vergoeding ontvangt voor de verrichte werkzaamheden van de docent en betaald als het CITO de school wel een vergoeding betaalt.
Een aantal docenten van een school voor voortgezet onderwijs verrichtte werkzaamheden bij het CITO, de instelling die examens en toetsen voor scholen ontwikkelt. De belastingdienst was van mening dat de school omzetbelasting had moeten berekenen over de ontvangen vergoedingen en legde daarom een naheffingsaanslag op. Voor de rechtbank in Arnhem was in geschil of de werkzaamheden voor het CITO onder de onderwijsvrijstelling van de omzetbelasting vielen. Volgens de rechtbank was de onderwijsvrijstelling niet van toepassing omdat het doorbetalen van salaris gedurende een verlofperiode niet nauw samenhangt met het door de school verstrekte onderwijs.
De school ging in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank. De dienst van de school hing nauw samen met het verstrekken van toetsen door het CITO. Dat is op grond van een besluit uit 1998 een vrijgestelde prestatie. Volgens de school is haar dienst onontbeerlijk voor de van omzetbelasting vrijgestelde prestatie van het CITO.
Hof Arnhem leidt uit het arrest Horizon College van het Hof van Justitie EG uit 2007 af dat voorwaarde voor toepassing van de onderwijsvrijstelling is dat het CITO een onderwijsinstelling is. Het CITO verstrekt zelf geen onderwijs maar houdt zich bezig met het in opdracht vervaardigen van examens. Voor deze prestatie is het CITO aangemerkt als instelling die vrijgestelde prestaties verricht van sociale aard. Daarom was op de diensten van de school ten behoeve van het CITO de onderwijsvrijstelling niet van toepassing.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u