
Het Hof van Justitie EG besliste op 18 oktober
De staatssecretaris van Financiën heeft de gevolgen van dat arrest voor de praktijk in een besluit uiteengezet. In dat besluit heeft de staatssecretaris meegedeeld dat niet zal worden teruggekomen op de periode tot 18 oktober 2007. Voor de toepassing van het lage tarief van de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s van ondernemers is goedgekeurd dat dit mag worden toegepast mits het kenteken op naam wordt gesteld van de BV binnen twee maanden nadat de belastingdienst de dga heeft meegedeeld dat hij niet langer als ondernemer wordt aangemerkt.
In een voorkomend geval deelde de belastingdienst een dga bij brief van 16 december 2008 mee dat haar registratie als btw-ondernemer werd beëindigd. Vervolgens legde belastingdienst een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting op voor het verschil tussen de belasting voor ondernemers en de belasting voor particulieren omdat het kenteken niet op naam van de BV werd gezet. De naheffingsaanslag besloeg de periode vanaf 25 december 2007 tot en met 24 september 2009.
Volgens Hof Den Haag had de inspecteur met zijn brief van 16 december 2008 het in rechte te beschermen vertrouwen gewekt dat het btw-ondernemerschap van de dga tot die datum voortduurde. Het hof verminderde de opgelegde naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting door de periode tot en met 16 december 2008 buiten beschouwing te laten.