Ondernemerschap vof

Twee BV’s richtten samen een vennootschap onder firma (vof) op met als doel het voor gezamenlijke rekening en onder gemeenschappelijke naam aanbieden en verzorgen van opleidingen. De ene BV had recht op 99% van de winst, de andere op 1%. De vof had geen personeel maar wel een eigen bankrekening. Jaarlijks werd een balans en een winst- en verliesrekening opgesteld. Een van de BV’s had een vergelijkbare doelstelling en bood dezelfde cursussen aan als de vof. Verschil was dat de BV de cursus met omzetbelasting in rekening bracht waar de vof dit zonder berekening van omzetbelasting maar tegen een 10% hoger tarief deed.

Afhankelijk van de beantwoording van een vraag naar de belastingplicht op het inschrijfformulier ontvingen de cursisten een bevestiging en een factuur van de BV of van de vof. De cursussen werden aan beide groepen cursisten gelijktijdig gegeven op dezelfde locatie, met dezelfde docent(en) en met hetzelfde materiaal. De BV factureerde maandelijks een bedrag aan de vof voor het verzorgen van de cursussen, vermeerderd met omzetbelasting. De vof bracht deze omzetbelasting niet in aftrek. De belastingdienst legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op aan de BV voor de door de vof gefactureerde omzet. Hof Den Bosch deelde de opvatting van de inspecteur dat de BV en de vof samen als één ondernemer moesten worden aangemerkt.

De Hoge Raad oordeelde anders. Omdat de vof op eigen naam overeenkomsten sloot, facturen uitreikte en correspondeerde, een eigen bankrekening had, een eigen jaarrekening opmaakte en zich juridisch heeft gebonden om cursussen te geven, gold de vof als zelfstandig ondernemer voor de omzetbelasting. Niet van belang voor dat oordeel was dat de vof geen personeel in dienst had of dat de vof de diensten liet uitvoeren door een van de vennoten.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Twee BV’s richtten samen een vennootschap onder firma (vof)&nbsp;op met als doel het voor gezamenlijke rekening en onder gemeenschappelijke naam aanbieden en verzorgen van opleidingen. De ene BV had recht op 99% van de winst, de andere op 1%. De vof had geen personeel maar wel een eigen bankrekening. Jaarlijks werd een balans en een winst- en verliesrekening opgesteld. Een van de BV’s had een vergelijkbare doelstelling en bood dezelfde cursussen aan als de vof. Verschil was dat de BV de cursus met omzetbelasting in rekening bracht waar de vof dit zonder berekening van omzetbelasting maar tegen een 10% hoger tarief deed.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Afhankelijk van de beantwoording van een vraag naar de belastingplicht op het inschrijfformulier ontvingen de cursisten een bevestiging en een factuur van de BV of van de vof. De cursussen werden aan beide groepen cursisten gelijktijdig gegeven op dezelfde locatie, met dezelfde docent(en) en met hetzelfde materiaal. De BV factureerde maandelijks een bedrag aan de vof voor het verzorgen van de cursussen, vermeerderd met omzetbelasting. De vof bracht deze omzetbelasting niet in aftrek. De belastingdienst legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op aan de BV voor de door de vof gefactureerde omzet. Hof Den Bosch deelde de opvatting van de inspecteur dat de BV en de vof samen als één ondernemer moesten worden aangemerkt. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">De Hoge Raad oordeelde anders. Omdat de vof op eigen naam overeenkomsten sloot, facturen uitreikte en correspondeerde, een eigen bankrekening had, een eigen jaarrekening opmaakte en zich juridisch heeft gebonden om cursussen te geven, gold de vof als zelfstandig ondernemer voor de omzetbelasting. Niet van belang voor dat oordeel was dat de vof geen personeel in dienst had of dat de vof de diensten liet uitvoeren door een van de vennoten.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u