Onder omstandigheden bestond recht op teruggaaf deel invoerheffingen
Een douane-expediteur deed in opdracht van een in Duitsland gevestigd bedrijf aangifte van de invoer van goederen uit Thailand. Voor de bepaling van de douanewaarde van de goederen werd uitgegaan van de facturen van de verkoper. In plaats van deze facturen werden bij de aangiften facturen van doorverkopen meegestuurd. Naar aanleiding daarvan stelde de belastingdienst de douanewaarde vast op de latere, hogere factuurprijzen. Het door de douane-expediteur ingediende verzoek om teruggaaf werd afgewezen. Volgens de rechtbank Haarlem was dat niet terecht, omdat het verzoek om teruggaaf een beroep op herziening van de gedane aangifte was. De douane-expediteur had in het verzoek uitdrukkelijk vermeld dat hij abusievelijk van onjuiste gegevens was uitgegaan. De belastingdienst had daarom de aangiften zorgvuldig moeten controleren. Daarbij zou zijn opgevallen dat andere facturen bij de aangiften waren gevoegd dan de facturen die de douane-expediteur als grondslag voor de douanewaarde wilde hanteren. Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie EG mag een importeur bij opeenvolgende verkopen voor uitvoer naar het douanegebied van de gemeenschap de voor ieder van die verkopen overeengekomen prijzen als grondslag voor de douanewaarde nemen. Volgens de rechtbank was het de bedoeling om de gehanteerde inkoopprijs als douanewaarde toe te passen. Als gevolg van een te goeder trouw gemaakte verschoonbare vergissing was dat niet gebeurd en warenn onjuiste gegevens toegepast voor de berekening van de douanewaarde. Onder die omstandigheden was de belastingdienst verplicht om de douanewaarde te herzien. De douane-expediteur had recht op teruggaaf van te veel betaalde douanerechten en omzetbelasting.
Een douane-expediteur deed in opdracht van een in Duitsland gevestigd bedrijf aangifte van de invoer van goederen uit Thailand. Voor de bepaling van de douanewaarde van de goederen werd uitgegaan van de facturen van de verkoper. In plaats van deze facturen werden bij de aangiften facturen van doorverkopen meegestuurd. Naar aanleiding daarvan stelde de belastingdienst de douanewaarde vast op de latere, hogere factuurprijzen. Het door de douane-expediteur ingediende verzoek om teruggaaf werd afgewezen. Volgens de rechtbank Haarlem was dat niet terecht, omdat het verzoek om teruggaaf een beroep op herziening van de gedane aangifte was. De douane-expediteur had in het verzoek uitdrukkelijk vermeld dat hij abusievelijk van onjuiste gegevens was uitgegaan. De belastingdienst had daarom de aangiften zorgvuldig moeten controleren. Daarbij zou zijn opgevallen dat andere facturen bij de aangiften waren gevoegd dan de facturen die de douane-expediteur als grondslag voor de douanewaarde wilde hanteren. Volgens vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie EG mag een importeur bij opeenvolgende verkopen voor uitvoer naar het douanegebied van de gemeenschap de voor ieder van die verkopen overeengekomen prijzen als grondslag voor de douanewaarde nemen. Volgens de rechtbank was het de bedoeling om de gehanteerde inkoopprijs als douanewaarde toe te passen. Als gevolg van een te goeder trouw gemaakte verschoonbare vergissing was dat niet gebeurd en warenn onjuiste gegevens toegepast voor de berekening van de douanewaarde. Onder die omstandigheden was de belastingdienst verplicht om de douanewaarde te herzien. De douane-expediteur had recht op teruggaaf van te veel betaalde douanerechten en omzetbelasting.