Ondanks verregaande zelfstandigheid en eigen investeringen toch dienstbetrekking voor ZZP
Een zelfstandige ondernemer die montagewerkzaamheden verrichtte voor een bedrijf, dat aluminium kozijnen produceerde en monteerde, was volgens de Centrale Raad van Beroep in dienstbetrekking werkzaam bij dat bedrijf. De ondernemer behaalde vrijwel zijn gehele omzet bij het bedrijf. Voor de beoordeling of er een dienstbetrekking bestond was niet van belang dat de ondernemer voor zijn werkzaamheden facturen stuurde naar het bedrijf of dat hij beschikte over eigen gereedschap, een eigen bestelbus en een eigen werkplaats. De vergoeding die de ondernemer voor zijn werkzaamheden ontving, was een reële contraprestatie voor de door hem geleverde arbeid. Tussen het bedrijf en de ondernemer bestond een gezagsverhouding. De Centrale Raad van Beroep leidde dat af uit de omstandigheid dat de verrichte werkzaamheden een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering vormden en binnen het organisatorische kader van het bedrijf werden verricht. Ook de omstandigheid dat de ondernemer aanvankelijk vier dagen per week werkte, maar op verzoek van het bedrijf vijf dagen per week was gaan werken, onderschreef het bestaan van een gezagsverhouding. Dat de ondernemer vanwege zijn deskundigheid de werkzaamheden in vrijheid en zonder inhoudelijke aanwijzingen van het bedrijf kon verrichten was onvoldoende voor het ontbreken van een gezagsverhouding.Volgens de Centrale Raad van Beroep was de vergoeding voor de verrichte arbeid hoger dan het loon dat een reguliere werknemer van het bedrijf ontving omdat de ondernemer zelf moest zorgen voor de betaling van belasting en van een aantal overige kosten als zelfstandige. Het karakter van loon werd daardoor niet weggenomen.
Een zelfstandige ondernemer die montagewerkzaamheden verrichtte voor een bedrijf, dat aluminium kozijnen produceerde en monteerde, was volgens de Centrale Raad van Beroep in dienstbetrekking werkzaam bij dat bedrijf. De ondernemer behaalde vrijwel zijn gehele omzet bij het bedrijf. Voor de beoordeling of er een dienstbetrekking bestond was niet van belang dat de ondernemer voor zijn werkzaamheden facturen stuurde naar het bedrijf of dat hij beschikte over eigen gereedschap, een eigen bestelbus en een eigen werkplaats. De vergoeding die de ondernemer voor zijn werkzaamheden ontving, was een reële contraprestatie voor de door hem geleverde arbeid. Tussen het bedrijf en de ondernemer bestond een gezagsverhouding. De Centrale Raad van Beroep leidde dat af uit de omstandigheid dat de verrichte werkzaamheden een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering vormden en binnen het organisatorische kader van het bedrijf werden verricht. Ook de omstandigheid dat de ondernemer aanvankelijk vier dagen per week werkte, maar op verzoek van het bedrijf vijf dagen per week was gaan werken, onderschreef het bestaan van een gezagsverhouding. Dat de ondernemer vanwege zijn deskundigheid de werkzaamheden in vrijheid en zonder inhoudelijke aanwijzingen van het bedrijf kon verrichten was onvoldoende voor het ontbreken van een gezagsverhouding.Volgens de Centrale Raad van Beroep was de vergoeding voor de verrichte arbeid hoger dan het loon dat een reguliere werknemer van het bedrijf ontving omdat de ondernemer zelf moest zorgen voor de betaling van belasting en van een aantal overige kosten als zelfstandige. Het karakter van loon werd daardoor niet weggenomen.