Omzetcorrectie in strijd met gelijkheidsbeginsel

Overheidsinstellingen moeten bij hun handelen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen. Een van deze beginselen is het gelijkheidsbeginsel, dat inhoudt dat gelijke gevallen gelijk behandeld moeten worden. Op grond van het gelijkheidsbeginsel vernietigde Hof Amsterdam een naheffingsaanslag omzetbelasting die was opgelegd aan een exploitant van speelautomaten. De exploitant had steeds geweigerd om de tellerstanden van de automaten te noteren, waardoor zijn kasadministratie oncontroleerbaar was. De exploitant deelde de opbrengst van de automaten met de horecaondernemers die de automaat in hun bedrijf hadden laten plaatsen. Deze ondernemers waren de mede-exploitanten. De opbrengst van de automaat werd als volgt verdeeld: 50% voor de exploitant en 50% voor de mede-exploitant. Bij geen van de mede-exploitanten had de belastingdienst de omzet gecorrigeerd, ondanks dat de aangegeven omzetten belangrijk lager waren dan volgens landelijke gemiddelden verwacht kon worden. De exploitant had meer omzet uit speelautomaten aangegeven dan al de mede-exploitanten gezamenlijk.

Het Hof was van oordeel dat de inspecteur de exploitant ongelijk behandeld had ten opzichte van de mede-exploitanten. Zij behoorden tot één homogene groep. De inspecteur had geen rechtvaardiging voor het niet naheffen of navorderen van belasting bij de mede-exploitanten.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Overheidsinstellingen moeten bij hun handelen de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht nemen. Een van deze beginselen is het gelijkheidsbeginsel, dat inhoudt dat gelijke gevallen gelijk behandeld moeten worden. Op grond van het gelijkheidsbeginsel vernietigde Hof Amsterdam een naheffingsaanslag omzetbelasting die was opgelegd aan een exploitant van speelautomaten. De exploitant had steeds geweigerd om de tellerstanden van de automaten te noteren, waardoor zijn kasadministratie oncontroleerbaar was. De exploitant deelde de opbrengst van de automaten met de horecaondernemers die de automaat in hun bedrijf hadden laten plaatsen. Deze ondernemers waren de mede-exploitanten. De opbrengst van de automaat werd als volgt verdeeld: 50% voor de exploitant en 50% voor de mede-exploitant. Bij geen van de mede-exploitanten had de belastingdienst de omzet gecorrigeerd, ondanks dat de aangegeven omzetten belangrijk lager waren dan volgens landelijke gemiddelden verwacht kon worden. De exploitant had meer omzet uit speelautomaten aangegeven dan al de mede-exploitanten gezamenlijk. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt">Het Hof was van oordeel dat de inspecteur de exploitant ongelijk behandeld had ten opzichte van de mede-exploitanten. Zij behoorden tot één homogene groep. De inspecteur had geen rechtvaardiging voor het niet naheffen of navorderen van belasting bij de mede-exploitanten.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u