Omzetbelasting wegens verkoop kleindochtermaatschappij mocht als voorbelasting worden verrekend

Drie BV’s waren ieder voor 33 1/3 % aandeelhouder van een holding, die alle aandelen van een werkmaatschappij bezat. In 1998 verkocht de holding de aandelen in de werkmaatschappij aan een derde. Door de verkoop kwam een einde aan de managementwerkzaamheden van de BV’s voor de werkmaatschappij. De holding, die geen ondernemer voor de omzetbelasting was, werd per 31 december 2004 geliquideerd. De BV’s kregen facturen van een adviseur voor werkzaamheden in verband met de verkoop van de werkmaatschappij. In geschil was of de BV’s de BTW die op de facturen in rekening was gebracht konden verrekenen. Naar het oordeel van de rechtbank was dat het geval. De rechtbank vond aannemelijk dat de werkzaamheden van de adviseur in opdracht en voor rekening van de BV’s waren verricht en dat zij betrekking hadden op advisering inzake de beëindiging van de managementactiviteiten. Niet van belang was dat de holding eigenares was van de aandelen in de werkmaatschappij. Volgens de rechtbank had de holding geen zelfstandige betekenis. Het beslissende criterium voor de aftrekbaarheid van voorbelasting is het gebruik van de betrokken goederen of diensten voor belaste handelingen. Een belastingplichtige mag de betaalde omzetbelasting slechts aftrekken van de door hem verschuldigde omzetbelasting voor zover een afgenomen prestatie voor belaste handelingen wordt gebruikt. De rechtbank vond voldoende aannemelijk gemaakt dat de adviesdiensten voor eigen gebruik waren overeengekomen en dat de holding geen andere rol vervulde dan die van passieve houdstermaatschappij. Volgens jurisprudentie van het Hof van Justitie EG heeft een belastingplichtige recht op aftrek van voorbelasting bij de beëindiging van een economische activiteit op dezelfde voet als tijdens de periode waarin de economische activiteit voortduurde, mits er een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang tussen de kosten voor de beëindiging en de economische activiteit bestaat.De kosten voor de verkoop van een pakket aandelen vormen algemene kosten voor de verkoper indien de verkoper belaste diensten heeft verricht aan de verkochte deelneming. De voorbelasting op de advisering in verband met de verkoop van de aandelen in de werkmaatschappij konden daarom door de BV’s in aftrek worden gebracht naar rato van hun (indirecte) belang in de werkmaatschappij.
Drie BV’s waren ieder voor 33 1/3 % aandeelhouder van een holding, die alle aandelen van een werkmaatschappij bezat. In 1998 verkocht de holding de aandelen in de werkmaatschappij aan een derde. Door de verkoop kwam een einde aan de managementwerkzaamheden van de BV’s voor de werkmaatschappij. De holding, die geen ondernemer voor de omzetbelasting was, werd per 31 december 2004 geliquideerd. De BV’s kregen facturen van een adviseur voor werkzaamheden in verband met de verkoop van de werkmaatschappij. In geschil was of de BV’s de BTW die op de facturen in rekening was gebracht konden verrekenen. Naar het oordeel van de rechtbank was dat het geval. De rechtbank vond aannemelijk dat de werkzaamheden van de adviseur in opdracht en voor rekening van de BV’s waren verricht en dat zij betrekking hadden op advisering inzake de beëindiging van de managementactiviteiten. Niet van belang was dat de holding eigenares was van de aandelen in de werkmaatschappij. Volgens de rechtbank had de holding geen zelfstandige betekenis. Het beslissende criterium voor de aftrekbaarheid van voorbelasting is het gebruik van de betrokken goederen of diensten voor belaste handelingen. Een belastingplichtige mag de betaalde omzetbelasting slechts aftrekken van de door hem verschuldigde omzetbelasting voor zover een afgenomen prestatie voor belaste handelingen wordt gebruikt. De rechtbank vond voldoende aannemelijk gemaakt dat de adviesdiensten voor eigen gebruik waren overeengekomen en dat de holding geen andere rol vervulde dan die van passieve houdstermaatschappij. Volgens jurisprudentie van het Hof van Justitie EG heeft een belastingplichtige recht op aftrek van voorbelasting bij de beëindiging van een economische activiteit op dezelfde voet als tijdens de periode waarin de economische activiteit voortduurde, mits er een rechtstreekse en onmiddellijke samenhang tussen de kosten voor de beëindiging en de economische activiteit bestaat.De kosten voor de verkoop van een pakket aandelen vormen algemene kosten voor de verkoper indien de verkoper belaste diensten heeft verricht aan de verkochte deelneming. De voorbelasting op de advisering in verband met de verkoop van de aandelen in de werkmaatschappij konden daarom door de BV’s in aftrek worden gebracht naar rato van hun (indirecte) belang in de werkmaatschappij.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u