Omzetbelasting verschuldigd wegens vermissing uit douane-entrepot

Naar aanleiding van het faillissement van een BV voerde de douane een controle uit in het douane-entrepot van de BV. Daarbij werd vastgesteld dat de op 42 aangiften vermelde goederen niet meer aanwezig waren, zonder dat zij op reguliere wijze waren uitgeslagen. Het niet aanwezig zijn van goederen wordt aangemerkt als invoer van goederen. De douane legde daarom naheffingen invoerrechten en omzetbelasting wegens invoer op. De curator van de BV bestreed de heffing van invoerrechten niet, maar wel de heffing van omzetbelasting. Naar zijn mening vormde het ontrekken aan het douanetoezicht geen belastbaar feit voor de omzetbelasting. Hof Amsterdam was het daarmee niet eens. Omzetbelasting wordt onder meer geheven ter zake van de invoer van goederen. Onder invoer wordt volgens de tekst van de wet ook verstaan het onttrekken van goederen aan een douaneregime. In een arrest uit 2002 heeft het Hof van Justitie EG het begrip onttrekking uitgelegd als elke handeling die tot gevolg heeft dat de bevoegde douaneautoriteit (tijdelijk) geen toegang heeft tot de onder douanetoezicht staande goederen en geen controle kan uitvoeren. De plaats waar de onttrekking plaatsvindt, valt samen met de plaats waar de belastingschuld ontstaat en met de plaats waar de douaneschuld ontstaat. Het Hof stelde vast dat de goederen aan het douanetoezicht waren onttrokken. De onttrekking had plaatsgevonden tussen het moment van inslag van de goederen in het douane-entrepot en de door de douane uitgevoerde loodscontrole. Dat hield in dat de goederen in Nederland aan het douanetoezicht waren onttrokken en dus in Nederland waren ingevoerd. De stelling van de BV dat onttrekking gezien de omvang van de goederen onwaarschijnlijk was wees het Hof af wegens gebrek aan feitelijke onderbouwing. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond.
Naar aanleiding van het faillissement van een BV voerde de douane een controle uit in het douane-entrepot van de BV. Daarbij werd vastgesteld dat de op 42 aangiften vermelde goederen niet meer aanwezig waren, zonder dat zij op reguliere wijze waren uitgeslagen. Het niet aanwezig zijn van goederen wordt aangemerkt als invoer van goederen. De douane legde daarom naheffingen invoerrechten en omzetbelasting wegens invoer op. De curator van de BV bestreed de heffing van invoerrechten niet, maar wel de heffing van omzetbelasting. Naar zijn mening vormde het ontrekken aan het douanetoezicht geen belastbaar feit voor de omzetbelasting. Hof Amsterdam was het daarmee niet eens. Omzetbelasting wordt onder meer geheven ter zake van de invoer van goederen. Onder invoer wordt volgens de tekst van de wet ook verstaan het onttrekken van goederen aan een douaneregime. In een arrest uit 2002 heeft het Hof van Justitie EG het begrip onttrekking uitgelegd als elke handeling die tot gevolg heeft dat de bevoegde douaneautoriteit (tijdelijk) geen toegang heeft tot de onder douanetoezicht staande goederen en geen controle kan uitvoeren. De plaats waar de onttrekking plaatsvindt, valt samen met de plaats waar de belastingschuld ontstaat en met de plaats waar de douaneschuld ontstaat. Het Hof stelde vast dat de goederen aan het douanetoezicht waren onttrokken. De onttrekking had plaatsgevonden tussen het moment van inslag van de goederen in het douane-entrepot en de door de douane uitgevoerde loodscontrole. Dat hield in dat de goederen in Nederland aan het douanetoezicht waren onttrokken en dus in Nederland waren ingevoerd. De stelling van de BV dat onttrekking gezien de omvang van de goederen onwaarschijnlijk was wees het Hof af wegens gebrek aan feitelijke onderbouwing. Het Hof verklaarde het beroep ongegrond.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u