Omkering en verzwaring bewijslast omdat vereiste aangifte niet was gedaan
Bij de vaststelling van de aanslag IB verhoogde de inspecteur het aangegeven belastbare inkomen van ƒ 13.666 met ƒ 81.567. Een deel daarvan had betrekking op met mensensmokkel behaald inkomen. De overige correcties werden niet bestreden. Hof Arnhem stelde vast dat de belanghebbende in ieder geval een bedrag van ƒ 24.447 aan inkomen niet had aangegeven. Dat betekende dat de belanghebbende zijn belastbare inkomen tot een aanzienlijk te laag bedrag had aangegeven. Nog afgezien van de betwiste correctie wegens inkomsten uit mensensmokkel had de belanghebbende al daarom niet de vereiste aangifte gedaan. Als de vereiste aangifte niet is gedaan, moet de belanghebbende overtuigend bewijzen dat en in hoeverre de uitspraak van de inspecteur onjuist is.Ter onderbouwing van de correctie wegens inkomsten uit het smokkelen van mensen verwees de inspecteur naar het strafproces tegen de belanghebbende. In een afgeluisterd telefoongesprek verklaarde de belanghebbende op 10 december 1999 dat hij vanuit Turkije wel 50 personen had gesmokkeld en dat de netto-opbrengst per gesmokkelde persoon 3.000 DM bedroeg. De rechtbank achtte in een vonnis bewezen dat de belanghebbende zich in de periode van 1 januari 1997 tot en met 9 augustus 2000 schuldig had gemaakt aan smokkel van enige tientallen personen. De belanghebbende bestreed de correctie door aan te voeren dat het gerechtshof het vonnis van de rechtbank inmiddels had vernietigd. De verklaring in het afgeluisterde telefoongesprek bestreed hij niet. Volgens het Hof bewees de belanghebbende daarmee niet overtuigend de onjuistheid van de correctie van de inspecteur. De daarin genoemde aantallen en bedragen nam het Hof aan als vaststaand. De inspecteur onderbouwde de correctie ter zake van de inkomsten uit mensensmokkel voldoende. Het Hof verklaarde het beroep van de belanghebbende ongegrond.
Bij de vaststelling van de aanslag IB verhoogde de inspecteur het aangegeven belastbare inkomen van ƒ 13.666 met ƒ 81.567. Een deel daarvan had betrekking op met mensensmokkel behaald inkomen. De overige correcties werden niet bestreden. Hof Arnhem stelde vast dat de belanghebbende in ieder geval een bedrag van ƒ 24.447 aan inkomen niet had aangegeven. Dat betekende dat de belanghebbende zijn belastbare inkomen tot een aanzienlijk te laag bedrag had aangegeven. Nog afgezien van de betwiste correctie wegens inkomsten uit mensensmokkel had de belanghebbende al daarom niet de vereiste aangifte gedaan. Als de vereiste aangifte niet is gedaan, moet de belanghebbende overtuigend bewijzen dat en in hoeverre de uitspraak van de inspecteur onjuist is.Ter onderbouwing van de correctie wegens inkomsten uit het smokkelen van mensen verwees de inspecteur naar het strafproces tegen de belanghebbende. In een afgeluisterd telefoongesprek verklaarde de belanghebbende op 10 december 1999 dat hij vanuit Turkije wel 50 personen had gesmokkeld en dat de netto-opbrengst per gesmokkelde persoon 3.000 DM bedroeg. De rechtbank achtte in een vonnis bewezen dat de belanghebbende zich in de periode van 1 januari 1997 tot en met 9 augustus 2000 schuldig had gemaakt aan smokkel van enige tientallen personen. De belanghebbende bestreed de correctie door aan te voeren dat het gerechtshof het vonnis van de rechtbank inmiddels had vernietigd. De verklaring in het afgeluisterde telefoongesprek bestreed hij niet. Volgens het Hof bewees de belanghebbende daarmee niet overtuigend de onjuistheid van de correctie van de inspecteur. De daarin genoemde aantallen en bedragen nam het Hof aan als vaststaand. De inspecteur onderbouwde de correctie ter zake van de inkomsten uit mensensmokkel voldoende. Het Hof verklaarde het beroep van de belanghebbende ongegrond.