Omkering bewijslast terecht toegepast
Wanneer een belastingplichtige de wettelijk vereiste aangifte niet heeft gedaan kan de inspecteur ambtshalve een aanslag opleggen. Het niet doen van aangifte heeft gevolgen voor de positie van de belastingplichtige in een eventuele procedure naar aanleiding van de opgelegde aanslag. De belastingplichtige wordt namelijk geconfronteerd met omkering en verzwaring van de bewijslast. Omkering en verzwaring van de bewijslast houdt in dat de belastingplichtige overtuigend moet aantonen dat en in hoeverre de uitspraak op bezwaar onjuist is.
Hof Den Bosch oordeelde in een dergelijke procedure dat de belanghebbende er niet in was geslaagd om overtuigend aan te tonen dat de aanslag vernietigd of verminderd moest worden. De belanghebbende had volgens het Hof alleen gezegd dat de belastbare winst nihil bedroeg en zonder motivering een jaarrekening overgelegd. Het Hof vergat te reageren op de stelling van de belanghebbende dat hij niet in staat was het verlies aan te tonen omdat de belastingdienst zijn administratie in beslag had genomen. De Hoge Raad vernietigde daarom de uitspraak van het Hof en verwees de procedure naar Hof Arnhem.
Hof Arnhem stelde vast dat de belanghebbende de stelling, dat het door het handelen van de belastingdienst niet mogelijk was het verlies aan te tonen, niet aannemelijk had gemaakt. De belanghebbende slaagde er niet in overtuigend aan te tonen dat in dit jaar een verlies was geleden.
De inspecteur mag zich bij het ambtshalve opleggen van een aanslag baseren op een redelijke schatting. De inspecteur ging in dit geval volgens zijn zeggen uit van de gemiddelde belastbare winst over een reeks van jaren. Het Hof berekende dat gemiddelde op ƒ 62.965. De belastbare winst over 1998 was vastgesteld op ƒ 88.666, dus ruim 40% hoger dan de gemiddelde belastbare winst. Naar het oordeel van het Hof was de schatting van de inspecteur niet redelijk. Het Hof verlaagde de belastbare winst tot het bedrag van de gemiddelde winst.
Wanneer een belastingplichtige de wettelijk vereiste aangifte niet heeft gedaan kan de inspecteur ambtshalve een aanslag opleggen. Het niet doen van aangifte heeft gevolgen voor de positie van de belastingplichtige in een eventuele procedure naar aanleiding van de opgelegde aanslag. De belastingplichtige wordt namelijk geconfronteerd met omkering en verzwaring van de bewijslast. Omkering en verzwaring van de bewijslast houdt in dat de belastingplichtige overtuigend moet aantonen dat en in hoeverre de uitspraak op bezwaar onjuist is.
Hof Den Bosch oordeelde in een dergelijke procedure dat de belanghebbende er niet in was geslaagd om overtuigend aan te tonen dat de aanslag vernietigd of verminderd moest worden. De belanghebbende had volgens het Hof alleen gezegd dat de belastbare winst nihil bedroeg en zonder motivering een jaarrekening overgelegd. Het Hof vergat te reageren op de stelling van de belanghebbende dat hij niet in staat was het verlies aan te tonen omdat de belastingdienst zijn administratie in beslag had genomen. De Hoge Raad vernietigde daarom de uitspraak van het Hof en verwees de procedure naar Hof Arnhem.
Hof Arnhem stelde vast dat de belanghebbende de stelling, dat het door het handelen van de belastingdienst niet mogelijk was het verlies aan te tonen, niet aannemelijk had gemaakt. De belanghebbende slaagde er niet in overtuigend aan te tonen dat in dit jaar een verlies was geleden.
De inspecteur mag zich bij het ambtshalve opleggen van een aanslag baseren op een redelijke schatting. De inspecteur ging in dit geval volgens zijn zeggen uit van de gemiddelde belastbare winst over een reeks van jaren. Het Hof berekende dat gemiddelde op ƒ 62.965. De belastbare winst over 1998 was vastgesteld op ƒ 88.666, dus ruim 40% hoger dan de gemiddelde belastbare winst. Naar het oordeel van het Hof was de schatting van de inspecteur niet redelijk. Het Hof verlaagde de belastbare winst tot het bedrag van de gemiddelde winst.