
Bij de Tweede Kamer is het wetsvoorstel Fiscale Verzamelwet
Deblokkering spaarloontegoeden 2006-2009
De eerder aangekondigde deblokkeringsmogelijkheid voor spaarloontegoeden uit de jaren 2006 tot en met 2009 is in deze nota van wijziging opgenomen. Vooruitlopend op de wetswijziging is deblokkering mogelijk op grond van een beleidsbesluit.
Werkkostenregeling
De nota van wijziging bevat een aanvulling op de technische aanpassingen in de Wet op de Loonbelasting 1964. De aanvulling betreft een regeling om onder- en bovenmatige reiskostenvergoedingen op jaarbasis te salderen. Deze regeling is in de wet opgenomen in verband met de invoering van de werkkostenregeling op 1 januari 2011 en vervangt de huidige regeling in het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965.
De nota van wijziging bevat ook een bepaling om tijdelijke huisvesting buiten de woonplaats in het kader van de dienstbetrekking aan te wijzen als eindheffingsbestanddeel.
Bestuurders beursgenoteerde vennootschappen
Door een amendement op het wetsvoorstel om boek 2 van het Burgerlijk Wetboek aan te passen voor wat betreft het bestuur en toezicht in naamloze en besloten vennootschappen wordt de rechtsverhouding tussen een bestuurder en een beursgenoteerde vennootschap niet langer aangemerkt als arbeidsovereenkomst. Nu de Wet LB 1964 voor de belastingplicht verwijst naar de arbeidsovereenkomst uit het Burgerlijk Wetboek, raakt het amendement onbedoeld de fiscale positie van statutaire bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen. Daarom wordt voorgesteld om een fictieve dienstbetrekking voor statutaire bestuurders van beursvennootschappen in de Wet LB 1964 op te nemen. De huidige fiscale positie wordt hiermee voortgezet, terwijl ook de maatregel tegen excessieve vertrekvergoedingen van toepassing is bij deze bestuurders.
Tijdvak kolenbelasting
De in de Wet belastingen op milieugrondslag opgenomen kolenbelasting wordt onder meer verschuldigd op het tijdstip van de aanvang van het in Nederland voorhanden hebben van kolen. De belasting moet in dat geval uiterlijk op de volgende dag worden voldaan. Op verzoek kan de inspecteur toestemming verlenen om weekaangifte in plaats van dagaangifte te doen. De inspecteur krijgt nu de bevoegdheid om op verzoek het tijdvak te bepalen. Dat mag maximaal één kwartaal bedragen. De in het tijdvak verschuldigd geworden belasting dient vervolgens binnen één maand na het einde van het tijdvak op aangifte te worden voldaan.