Nota naar aanleiding verslag wetsvoorstel invoering richtlijn interest en royalty

De nota naar aanleiding van het verslag betreffende het wetsvoorstel tot invoering van de Europese richtlijn op interest en royalty’s is naar de Tweede Kamer gestuurd. De definitie van interest in de richtlijn omvat inkomsten uit winstdelende obligaties. In Nederland worden dergelijke inkomsten als dividend behandeld als de schuldvordering kan worden aangemerkt als een hybride lening. In ander gevallen wordt geen bronheffing ingehouden, zodat aanpassing van de wet op de dividendbelasting naar aanleiding van de richtlijn niet nodig is. Tussen de interest- en royaltyrichtlijn en de moeder-dochterrichtlijn bestaan overeenkomsten en verschillen. De voornaamste overeenkomst is dat beide als doel hebben de afschaffing van bronbelasting op betalingen binnen een Europese multinational ter voorkoming van dubbele belasting. In het geval van de moeder-dochterrichtlijn gaat het om bronbelastingen op grensoverschrijdende dividendbetalingen door een dochtermaatschappij aan een moedermaatschappij. De moedermaatschappij moet een belang van tenminste 25% in de dochter hebben. Bij de interest- en royaltyrichtlijn gaat het om betalingen van interest en royalty’s. Deze betalingen hoeven niet grensoverschrijdend te zijn. Ook betalingen tussen zustervennootschappen vallen onder de richtlijn. Ook hier geldt een minimum belang van 25%. In het geval van de zustermaatschappijen moet de moeder een belang van minstens 25 percent in beide zustervennootschappen hebben. Het voorstel van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs om de vrijstelling van dividendbelasting voor uitkeringen op een hybride lening, die geldt voor een hybride lening die door een moedermaatschappij is verstrekt aan een dochtermaatschappij uit te breiden naar uitkeringen op hybride leningen die zijn verstrekt door dochter- of zustermaatschappijen wijst de staatssecretaris af.
De nota naar aanleiding van het verslag betreffende het wetsvoorstel tot invoering van de Europese richtlijn op interest en royalty’s is naar de Tweede Kamer gestuurd. De definitie van interest in de richtlijn omvat inkomsten uit winstdelende obligaties. In Nederland worden dergelijke inkomsten als dividend behandeld als de schuldvordering kan worden aangemerkt als een hybride lening. In ander gevallen wordt geen bronheffing ingehouden, zodat aanpassing van de wet op de dividendbelasting naar aanleiding van de richtlijn niet nodig is. Tussen de interest- en royaltyrichtlijn en de moeder-dochterrichtlijn bestaan overeenkomsten en verschillen. De voornaamste overeenkomst is dat beide als doel hebben de afschaffing van bronbelasting op betalingen binnen een Europese multinational ter voorkoming van dubbele belasting. In het geval van de moeder-dochterrichtlijn gaat het om bronbelastingen op grensoverschrijdende dividendbetalingen door een dochtermaatschappij aan een moedermaatschappij. De moedermaatschappij moet een belang van tenminste 25% in de dochter hebben. Bij de interest- en royaltyrichtlijn gaat het om betalingen van interest en royalty’s. Deze betalingen hoeven niet grensoverschrijdend te zijn. Ook betalingen tussen zustervennootschappen vallen onder de richtlijn. Ook hier geldt een minimum belang van 25%. In het geval van de zustermaatschappijen moet de moeder een belang van minstens 25 percent in beide zustervennootschappen hebben. Het voorstel van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs om de vrijstelling van dividendbelasting voor uitkeringen op een hybride lening, die geldt voor een hybride lening die door een moedermaatschappij is verstrekt aan een dochtermaatschappij uit te breiden naar uitkeringen op hybride leningen die zijn verstrekt door dochter- of zustermaatschappijen wijst de staatssecretaris af.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u