Nota n.a.v. Verslag wetsvoorstel Technische Herstelwet 2003
De Technische Herstelwet 2003 bevat naast een aantal niet-inhoudelijke wijzigingen ook een aantal inhoudelijke wijzigingen, die naar het oordeel van het kabinet niet belangrijk genoeg zijn voor een afzonderlijk wetsvoorstel. Bij de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer zijn diverse vragen gesteld betreffende die inhoudelijke wijzigingen. Volgens de staatssecretaris bevat de voorgestelde wetswijziging een belangrijke vereenvoudiging van de berekening van de lijfrentepremieaftrek. Belastingplichtigen hoeven in beginsel maar met twee gegevens uit hetzelfde kalenderjaar te rekenen. Deze gegevens worden ruim op tijd aan belastingplichtigen verstrekt. De opgave van de factor A wordt door de pensioenuitvoerder verstrekt. Via de jaaropgaaf van hun werkgever kunnen werknemers kennisnemen van hun inkomensgegevens. De staatssecretaris blijft zoeken naar mogelijkheden tot verdere vereenvoudiging van de berekening van de lijfrenteaftrek. Hij tekent daarbij aan dat dat zal leiden tot minder maatwerk. Het wetsvoorstel bevat een aanpassing van het fiscale regime van de werkruimte in een woning. Streven is een werkruimte onderdeel te laten zijn van de woning en dus mee te laten lopen in de fiscale behandeling van de woning. Dit betekent dat het eigenwoningforfait wordt bepaald over de waarde van de eigen woning inclusief de werkruimte en dat de hypotheekrente in box I aftrekbaar blijft. Daarnaast streeft het kabinet naar een gelijke behandeling van de werkruimte in verschillende situaties. Een werkruimte geldt fiscaal pas als zodanig als deze een zelfstandig gedeelte van een woning vormt en intensief wordt gebruikt voor de verwerving van inkomen.De zelfstandigheid van de werkruimte is afhankelijk van uiterlijke kenmerken als een eigen opgang of ingang en andere voorzieningen in de werkruimte. Ontbreken deze uiterlijke kenmerken dan is er geen sprake van een werkruimte die een zelfstandig gedeelte van een woning vormt. De zelfstandigheid wordt niet bepaald door de mate waarin gebruik wordt gemaakt van de werkkamer. De staatssecretaris ziet aanleiding om terugwerkende kracht te verlenen aan de wijzigingen met betrekking tot de earn-outregeling. Die wijzigingen hangen samen met de per 1 januari 2003 neergelegde uitbreiding van de earn-outregeling met prijsaanpassingen, die bijvoorbeeld voort kunnen vloeien uit balansgaranties. Een nota van wijziging van die strekking is aan de Kamer gezonden.
De Technische Herstelwet 2003 bevat naast een aantal niet-inhoudelijke wijzigingen ook een aantal inhoudelijke wijzigingen, die naar het oordeel van het kabinet niet belangrijk genoeg zijn voor een afzonderlijk wetsvoorstel. Bij de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer zijn diverse vragen gesteld betreffende die inhoudelijke wijzigingen. Volgens de staatssecretaris bevat de voorgestelde wetswijziging een belangrijke vereenvoudiging van de berekening van de lijfrentepremieaftrek. Belastingplichtigen hoeven in beginsel maar met twee gegevens uit hetzelfde kalenderjaar te rekenen. Deze gegevens worden ruim op tijd aan belastingplichtigen verstrekt. De opgave van de factor A wordt door de pensioenuitvoerder verstrekt. Via de jaaropgaaf van hun werkgever kunnen werknemers kennisnemen van hun inkomensgegevens. De staatssecretaris blijft zoeken naar mogelijkheden tot verdere vereenvoudiging van de berekening van de lijfrenteaftrek. Hij tekent daarbij aan dat dat zal leiden tot minder maatwerk. Het wetsvoorstel bevat een aanpassing van het fiscale regime van de werkruimte in een woning. Streven is een werkruimte onderdeel te laten zijn van de woning en dus mee te laten lopen in de fiscale behandeling van de woning. Dit betekent dat het eigenwoningforfait wordt bepaald over de waarde van de eigen woning inclusief de werkruimte en dat de hypotheekrente in box I aftrekbaar blijft. Daarnaast streeft het kabinet naar een gelijke behandeling van de werkruimte in verschillende situaties. Een werkruimte geldt fiscaal pas als zodanig als deze een zelfstandig gedeelte van een woning vormt en intensief wordt gebruikt voor de verwerving van inkomen.De zelfstandigheid van de werkruimte is afhankelijk van uiterlijke kenmerken als een eigen opgang of ingang en andere voorzieningen in de werkruimte. Ontbreken deze uiterlijke kenmerken dan is er geen sprake van een werkruimte die een zelfstandig gedeelte van een woning vormt. De zelfstandigheid wordt niet bepaald door de mate waarin gebruik wordt gemaakt van de werkkamer. De staatssecretaris ziet aanleiding om terugwerkende kracht te verlenen aan de wijzigingen met betrekking tot de earn-outregeling. Die wijzigingen hangen samen met de per 1 januari 2003 neergelegde uitbreiding van de earn-outregeling met prijsaanpassingen, die bijvoorbeeld voort kunnen vloeien uit balansgaranties. Een nota van wijziging van die strekking is aan de Kamer gezonden.