
De kosten van een opleiding of studie zijn aftrekbaar voor zover de kosten hoger zijn dan € 500. De aftrek is beperkt tot € 15.000. De beperking van de aftrek boven een bedrag van € 15.000 geldt niet gedurende een periode van vier jaar voor de eerste studie na het bereiken van de leeftijd van 18 jaar.
Ook iemand, die recht heeft op studiefinanciering kan recht hebben op aftrek van studiekosten. De aftrek is dan beperkt tot de normbedragen volgens de Wet studiefinanciering 2000 (WSF) als de opleidingskosten niet meer bedragen dan tweemaal de normbedragen. Zijn de opleidingskosten hoger dan zijn de werkelijke kosten, verminderd met de normbedragen, aftrekbaar als scholingsuitgaven. De bedoeling hiervan is om studenten die een dure studie volgen de mogelijkheid te geven tot aftrek van hun kosten.
De omzetting van een voor de opleiding toegekende prestatiebeurs in een gift vermindert de aftrekmogelijkheden. De aftrek van scholingskosten voor het prestatiebeursgedeelte vindt plaats in het jaar waarin de prestatiebeurs definitief niet wordt omgezet in een gift.
De normbedragen van de wet WSF vormen een maandbudget, dat is opgebouwd uit een normbedrag voor de kosten van levensonderhoud, een normbedrag voor boeken en leermiddelen en het jaarlijkse les- of collegegeld gedeeld door 12.
De berekening van de in aanmerking te nemen scholingsuitgaven is vooral ingewikkeld wanneer slechts een gedeelte van een jaar een studie, waarvoor recht op studiefinanciering bestaat, is gevolgd.
Hof Den Haag hield bij een student die in september met zijn studie was begonnen alleen rekening met de normbedragen van de kalendermaanden waarin de studie was gevolgd. Het tweevoud hiervan vergeleek het Hof met de uitgaven die de student in dat jaar voor zijn studie had gedaan. Omdat de student het collegegeld in één keer had betaald, had hij in de optiek van het Hof recht op aftrek. Zou hij het collegegeld in maandelijkse termijnen hebben betaald, dan zou hij niet aan aftrek zijn toegekomen. Volgens de benadering van het Hof komt een grotere groep studenten voor aftrek van werkelijke uitgaven in aanmerking dan alleen de studenten die een dure studie volgen. De Hoge Raad onderschrijft het oordeel van het Hof.