Nieuw boeterecht van toepassing op naheffingsaanslag 1997
De belastingdienst legde aan een werkgever over de periode 1997 tot en met 1999 naheffingsaanslagen loonbelasting en premies volksverzekeringen op met boeten van 50 procent van de nageheven belasting. De werkgever maakte bezwaar tegen de over het jaar 1997 opgelegde boete. De belastingdienst wees het bezwaar af. In een procedure voor Hof Arnhem beriep de werkgever zich op de per 1 januari 1998 geldende regeling dat geen boete kan worden opgelegd als strafvervolging is ingesteld voor hetzelfde vergrijp. Het Hof was van oordeel dat de boete wel mocht worden opgelegd. De ingestelde strafvervolging betrof namelijk niet de werkgever, maar een van de vennoten van de werkgever. Er was dus geen sprake van een dubbele vervolging van dezelfde persoon. Ook was de boete niet opgelegd voor hetzelfde feit als waarvoor de strafvervolging was ingesteld. De boete had betrekking op het opzettelijk niet betalen van de verschuldigde loonbelasting. De strafvervolging had betrekking op het niet voldoen aan de verplichtingen van de Coördinatiewet Sociale Verzekering. Vanwege de lange duur van behandeling verminderde het Hof de opgelegde boete met 5%.
De belastingdienst legde aan een werkgever over de periode 1997 tot en met 1999 naheffingsaanslagen loonbelasting en premies volksverzekeringen op met boeten van 50 procent van de nageheven belasting. De werkgever maakte bezwaar tegen de over het jaar 1997 opgelegde boete. De belastingdienst wees het bezwaar af. In een procedure voor Hof Arnhem beriep de werkgever zich op de per 1 januari 1998 geldende regeling dat geen boete kan worden opgelegd als strafvervolging is ingesteld voor hetzelfde vergrijp. Het Hof was van oordeel dat de boete wel mocht worden opgelegd. De ingestelde strafvervolging betrof namelijk niet de werkgever, maar een van de vennoten van de werkgever. Er was dus geen sprake van een dubbele vervolging van dezelfde persoon. Ook was de boete niet opgelegd voor hetzelfde feit als waarvoor de strafvervolging was ingesteld. De boete had betrekking op het opzettelijk niet betalen van de verschuldigde loonbelasting. De strafvervolging had betrekking op het niet voldoen aan de verplichtingen van de Coördinatiewet Sociale Verzekering. Vanwege de lange duur van behandeling verminderde het Hof de opgelegde boete met 5%.