Niet voldoen aan identificatieplicht leidt tot anoniementarief
Werkgevers zijn verplicht om de identiteit van een werknemer vast te stellen aan de hand van een identiteitsbewijs en om een kopie daarvan te bewaren in de loonadministratie. Gebeurt dat niet of weet de werkgever dat de werknemer onjuiste gegevens heeft verstrekt dan geldt bij de inhouding van loonbelasting het anoniementarief.
Toepassing van het anoniementarief bij het opleggen van een naheffingsaanslag loonbelasting aan een schoonmaakbedrijf was volgens de rechtbank terecht. In 13 gevallen waren de gebreken die kleefden aan de kopieën van de identiteitsbewijzen zodanig dat de werkgever had kunnen weten dat valse of vervalste identiteitsbewijzen waren verstrekt.
De wetenschap dat gebruik is gemaakt van valse identiteitsbewijzen is voldoende voor het opzettelijk doen van een te lage aangifte. Dat de werkgever wist dat de identiteitsbewijzen vals waren stond echter niet vast. Het niet onderkennen van de valsheid van de documenten had volgens de rechtbank niet zonder meer voorwaardelijke opzet tot gevolg. Wel was sprake van grove onachtzaamheid, maar de belastingdienst had deze schuldgradatie niet als grondslag voor de boete gesteld. De boete die betrekking had op de 13 werknemers van wie de onjuistheid van het identiteitsbewijs was vastgesteld was ten onrechte opgelegd.
Werkgevers zijn verplicht om de identiteit van een werknemer vast te stellen aan de hand van een identiteitsbewijs en om een kopie daarvan te bewaren in de loonadministratie. Gebeurt dat niet of weet de werkgever dat de werknemer onjuiste gegevens heeft verstrekt dan geldt bij de inhouding van loonbelasting het anoniementarief.
Toepassing van het anoniementarief bij het opleggen van een naheffingsaanslag loonbelasting aan een schoonmaakbedrijf was volgens de rechtbank terecht. In 13 gevallen waren de gebreken die kleefden aan de kopieën van de identiteitsbewijzen zodanig dat de werkgever had kunnen weten dat valse of vervalste identiteitsbewijzen waren verstrekt.
De wetenschap dat gebruik is gemaakt van valse identiteitsbewijzen is voldoende voor het opzettelijk doen van een te lage aangifte. Dat de werkgever wist dat de identiteitsbewijzen vals waren stond echter niet vast. Het niet onderkennen van de valsheid van de documenten had volgens de rechtbank niet zonder meer voorwaardelijke opzet tot gevolg. Wel was sprake van grove onachtzaamheid, maar de belastingdienst had deze schuldgradatie niet als grondslag voor de boete gesteld. De boete die betrekking had op de 13 werknemers van wie de onjuistheid van het identiteitsbewijs was vastgesteld was ten onrechte opgelegd.