Niet verschijnen op pro forma zitting

Bij het voeren van procedures zijn vaak niet de feiten of de uitleg daarvan bepalend voor de uitkomst, maar de formele aspecten als termijnen.

In beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof voerde de belanghebbende een aantal van deze formele aspecten aan ter bestrijding van de uitspraak. Een van deze aspecten had betrekking op de tenaamstelling van de naheffingsaanslag die de aanleiding vormde voor de procedure. De tenaamstelling is een essentieel onderdeel van een belastingaanslag. De hoofdregel is dat een onjuiste tenaamstelling van een aanslagbiljet geen belastingverplichting doet ontstaan. Er geldt echter een uitzondering als de onjuiste tenaamstelling van het aanslagbiljet aan de belanghebbende kan worden toegerekend. Deze uitzonderingssituatie deed zich hier voor. Bij een herstructurering van het concern waartoe de belanghebbende behoorde werd de naam van de belanghebbende gewijzigd en werden de activiteiten overgedragen aan een andere concernvennootschap. Zowel voor als na de herstructurering werden douaneaangiften gedaan op de (oude) naam van de belanghebbende en met gebruikmaking van haar aangeversnummer. De tenaamstelling van de naheffingen was hiermee in overeenstemming. In dit geval diende de belanghebbende de op haar oude naam gestelde naheffingen te beschouwen als aan haar gericht.

Een tweede formeel aspect betrof de tweede mondelinge behandeling van de zaak bij het Hof. De belanghebbende was op deze zitting niet aanwezig omdat hem zou zijn meegedeeld dat het om een pro forma zitting ging. Op deze zitting gaf de inspecteur een nadere toelichting. Volgens de belanghebbende heeft het Hof de goede procesorde geschonden door de inspecteur die gelegenheid te bieden. De Hoge Raad deelde de opvatting van de belanghebbende niet. Zelfs indien zou zijn meegedeeld dat het om een pro forma zitting ging vanwege een wijziging in de samenstelling van de belastingkamer van het gerechtshof had de gemachtigde als professionele rechtshulpverlener moeten begrijpen dat daar de mogelijkheid bestond voor een partij om het woord te voeren. De beslissing om niet ter zitting te verschijnen was daarom voor rekening van de belanghebbende.

Het derde formele aspect betrof de termijn waarbinnen de navorderingsaanslag was opgelegd. Bij het opleggen van de navordering douanerechten had de inspecteur gebruik gemaakt van de verlengde navorderingstermijn. Volgens de belanghebbende waren daardoor de waarborgen uit het EVRM van bestraffing binnen een redelijke termijn geschonden. Deze redelijke termijn betreft echter de periode tussen aankondiging van een sanctie en de tenuitvoerlegging daarvan. De termijn die aan het opleggen van de navordering en de boete voorafging valt niet onder de waarborgen van het EVRM. In die periode is geen sprake was van een 'charge' of van een op beslechting wachtend geschil.

<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt" >Bij het voeren van procedures zijn vaak niet de feiten of de uitleg daarvan bepalend voor de uitkomst, maar de formele aspecten als termijnen. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt" >In beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof voerde de belanghebbende een aantal van deze formele aspecten aan ter bestrijding van de uitspraak. Een van deze aspecten had betrekking op de tenaamstelling van de naheffingsaanslag die de aanleiding vormde voor de procedure. De tenaamstelling is een essentieel onderdeel van een belastingaanslag. De hoofdregel is dat een onjuiste tenaamstelling van een aanslagbiljet geen belastingverplichting doet ontstaan. Er geldt echter een uitzondering als de onjuiste tenaamstelling van het aanslagbiljet aan de belanghebbende kan worden toegerekend. Deze uitzonderingssituatie deed zich hier voor. Bij een herstructurering van het concern waartoe de belanghebbende behoorde werd de naam van de belanghebbende gewijzigd en werden de activiteiten overgedragen aan een andere concernvennootschap. Zowel voor als na de herstructurering werden douaneaangiften gedaan op de (oude) naam van de belanghebbende en met gebruikmaking van haar aangeversnummer. De tenaamstelling van de naheffingen was hiermee in overeenstemming. In dit geval diende de belanghebbende de op haar oude naam gestelde naheffingen te beschouwen als aan haar gericht. </P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt" >Een tweede formeel aspect betrof de tweede mondelinge behandeling van de zaak bij het Hof. De belanghebbende was op deze zitting niet aanwezig omdat hem zou zijn meegedeeld dat het om een pro forma zitting ging. Op deze zitting gaf de inspecteur een nadere toelichting. Volgens de belanghebbende heeft het Hof de goede procesorde geschonden door de inspecteur die gelegenheid te bieden. De Hoge Raad deelde de opvatting van de belanghebbende niet. Zelfs indien zou zijn meegedeeld dat het om een pro forma zitting ging vanwege een wijziging in de samenstelling van de belastingkamer van het gerechtshof had de gemachtigde als professionele rechtshulpverlener moeten begrijpen dat daar de mogelijkheid bestond voor een partij om het woord te voeren. De beslissing om niet ter zitting te verschijnen was daarom voor rekening van de belanghebbende.</P>
<P style="MARGIN: 0cm 0cm 0pt" >Het derde formele aspect betrof de termijn waarbinnen de navorderingsaanslag was opgelegd. Bij het opleggen van de navordering douanerechten had de inspecteur gebruik gemaakt van de verlengde navorderingstermijn. Volgens de belanghebbende waren daardoor de waarborgen uit het EVRM van bestraffing binnen een redelijke termijn geschonden. Deze redelijke termijn betreft echter de periode tussen aankondiging van een sanctie en de tenuitvoerlegging daarvan. De termijn die aan het opleggen van de navordering en de boete voorafging valt niet onder de waarborgen van het EVRM. In die periode is geen sprake was van een 'charge' of van een op beslechting wachtend geschil.</P>
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u