Niet ontvangen aanslag niet bewezen: bezwaar was te laat
De belastingdienst had het vermoeden, dat iemand in Nederland belastingplichtig was voor de inkomstenbelasting en vermogensbelasting. Daarom werden aan haar aangiftebiljetten inkomstenbelasting 1999 en vermogensbelasting 2000 uitgereikt, die werden verzonden aan haar adres volgens een kopie van een uittreksel uit het bevolkingsregister van Curaçao. Uit correspondentie met een advocaat in Nederland over een aan de vrouw op te leggen navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998 bleek, dat zij de aangiftebiljetten IB 1999 en VB 2000 ontvangen had. Omdat de aangiftebiljetten niet ingevuld geretourneerd werden legde de belastingdienst vervolgens ambtshalve aanslagen op. Tegen die aanslagen werden pas na het verstrijken van de termijn bezwaarschriften ingediend.Naar het oordeel van Hof mocht de inspecteur uitgaan van de veronderstelde belastingplicht in Nederland en van de juistheid van de adresgegevens. Ook mocht hij de aanslagen ambtshalve vaststellen, omdat hij de bevestiging van ontvangst van de aangiftebiljetten had gekregen. Omdat de vrouw geen ander adres heeft doorgegeven aan de belastingdienst was het risico van het niet ontvangen voor haar rekening. De inspecteur was niet verplicht om kopieën van zijn correspondentie te versturen aan de advocaat. De bezwaartermijn ving aan op de datum van dagtekening van de aanslagbiljetten. Er waren geen bijzondere omstandigheden die tot gevolg hadden, dat de vrouw niet in verzuim was bij de te late indiening van de bezwaarschriften. Het beroep tegen de uitspraken op de bezwaarschriften was daarom ongegrond.
De belastingdienst had het vermoeden, dat iemand in Nederland belastingplichtig was voor de inkomstenbelasting en vermogensbelasting. Daarom werden aan haar aangiftebiljetten inkomstenbelasting 1999 en vermogensbelasting 2000 uitgereikt, die werden verzonden aan haar adres volgens een kopie van een uittreksel uit het bevolkingsregister van Curaçao. Uit correspondentie met een advocaat in Nederland over een aan de vrouw op te leggen navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998 bleek, dat zij de aangiftebiljetten IB 1999 en VB 2000 ontvangen had. Omdat de aangiftebiljetten niet ingevuld geretourneerd werden legde de belastingdienst vervolgens ambtshalve aanslagen op. Tegen die aanslagen werden pas na het verstrijken van de termijn bezwaarschriften ingediend.Naar het oordeel van Hof mocht de inspecteur uitgaan van de veronderstelde belastingplicht in Nederland en van de juistheid van de adresgegevens. Ook mocht hij de aanslagen ambtshalve vaststellen, omdat hij de bevestiging van ontvangst van de aangiftebiljetten had gekregen. Omdat de vrouw geen ander adres heeft doorgegeven aan de belastingdienst was het risico van het niet ontvangen voor haar rekening. De inspecteur was niet verplicht om kopieën van zijn correspondentie te versturen aan de advocaat. De bezwaartermijn ving aan op de datum van dagtekening van de aanslagbiljetten. Er waren geen bijzondere omstandigheden die tot gevolg hadden, dat de vrouw niet in verzuim was bij de te late indiening van de bezwaarschriften. Het beroep tegen de uitspraken op de bezwaarschriften was daarom ongegrond.