Niet onderbouwde vergoedingen waren loon; compromis met fiscus niet van belang voor premieheffing

Een werkgever betaalde aan diverse werknemers onkostenvergoedingen voor kleding en representatiekosten, welke niet als loon werden verantwoord. De belastingdienst merkte deze betalingen aan als loon en legde naheffingsaanslagen op. De resultaten van het onderzoek werden door de belastingdienst aan het UWV verstrekt. Het UWV reikte correctienota’s premieheffing uit voor de jaren 1995 tot en met 1999. Deze correctienota’s waren gebaseerd op het standpunt dat de werkgever niet had bewezen dat de onkostenvergoedingen dienden ter bestrijding van door de werknemers gemaakte kosten. De vergoeding voor kleding van meubelmakers en stoffeerders had betrekking op de aanschaf van lijmbroeken en zachte schoenen. De werkgever kocht dergelijke speciale werkkleding zelf in en stelde deze ter beschikking aan de werknemers. De door de werknemers van de vergoeding gekochte kleding en schoenen kwalificeerden niet als werkkleding. De werkgever maakte met betrekking tot de representatiekostenvergoeding niet aannemelijk dat dergelijke kosten werden gemaakt of dat de vergoeding ter dekking van reële kosten strekte. De Centrale Raad van Beroep was van oordeel dat het UWV niet was gebonden aan een door de werkgever met de belastingdienst gesloten compromis over de naheffingsaanslag loonbelasting. Het UWV heeft zelf de verantwoordelijkheid voor de vaststelling van premielonen en is daarbij niet gebonden aan het standpunt van de Belastingdienst in het kader van de loonheffing. De vermindering van de correcties door de belastingdienst was niet ingegeven door een inhoudelijke wijziging van het eerder ingenomen standpunt.
Een werkgever betaalde aan diverse werknemers onkostenvergoedingen voor kleding en representatiekosten, welke niet als loon werden verantwoord. De belastingdienst merkte deze betalingen aan als loon en legde naheffingsaanslagen op. De resultaten van het onderzoek werden door de belastingdienst aan het UWV verstrekt. Het UWV reikte correctienota’s premieheffing uit voor de jaren 1995 tot en met 1999. Deze correctienota’s waren gebaseerd op het standpunt dat de werkgever niet had bewezen dat de onkostenvergoedingen dienden ter bestrijding van door de werknemers gemaakte kosten. De vergoeding voor kleding van meubelmakers en stoffeerders had betrekking op de aanschaf van lijmbroeken en zachte schoenen. De werkgever kocht dergelijke speciale werkkleding zelf in en stelde deze ter beschikking aan de werknemers. De door de werknemers van de vergoeding gekochte kleding en schoenen kwalificeerden niet als werkkleding. De werkgever maakte met betrekking tot de representatiekostenvergoeding niet aannemelijk dat dergelijke kosten werden gemaakt of dat de vergoeding ter dekking van reële kosten strekte. De Centrale Raad van Beroep was van oordeel dat het UWV niet was gebonden aan een door de werkgever met de belastingdienst gesloten compromis over de naheffingsaanslag loonbelasting. Het UWV heeft zelf de verantwoordelijkheid voor de vaststelling van premielonen en is daarbij niet gebonden aan het standpunt van de Belastingdienst in het kader van de loonheffing. De vermindering van de correcties door de belastingdienst was niet ingegeven door een inhoudelijke wijziging van het eerder ingenomen standpunt.
Vestiging Wijk & Aalburg
Kortestraat 20
4261 AA Wijk en Aalburg

Vestiging Zaltbommel
Van Voordenpark 6c
5301 KP Zaltbommel

Openingstijden
Maandag t/m vrijdag 07:00 - 17:30u