Niet erkend kind valt in tariefgroep III
Het tarief van het successierecht stijgt met de hoogte van het verkregen aandeel in de nalatenschap en met het minder worden van de band tussen de erflater en de erfgenaam.
Soms heeft dat vreemde gevolgen. Zo liet iemand een groot deel van zijn vermogen na aan een door hem niet erkend kind. Naar Nederlands recht betekent dit dat de erfgenaam geen kind van de erflater was. De Successiewet bevat geen bepaling waardoor een niet-erkend kind wordt gelijkgesteld met een kind. Dat betekent dat in een dergelijk geval tariefgroep III van toepassing is.
De erfgenaam deed een beroep op het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de Mens (EVRM). Als er feitelijke familiebanden bestaan met een kind mag volgens het EVRM geen onderscheid worden gemaakt tussen de juridische vader en de biologische vader. De rechtbank constateerde dat er regelmatig enig contact was geweest tussen erflater en erfgenaam. Dat contact was niet zodanig dat gesproken kan worden van “nauwe persoonlijke betrekkingen”.
De rechtbank schorste de verdere behandeling van de zaak in afwachting van de uitkomst van een door de erfgenaam in te stellen vaderschapsactie.
Het tarief van het successierecht stijgt met de hoogte van het verkregen aandeel in de nalatenschap en met het minder worden van de band tussen de erflater en de erfgenaam.
Soms heeft dat vreemde gevolgen. Zo liet iemand een groot deel van zijn vermogen na aan een door hem niet erkend kind. Naar Nederlands recht betekent dit dat de erfgenaam geen kind van de erflater was. De Successiewet bevat geen bepaling waardoor een niet-erkend kind wordt gelijkgesteld met een kind. Dat betekent dat in een dergelijk geval tariefgroep III van toepassing is.
De erfgenaam deed een beroep op het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de Mens (EVRM). Als er feitelijke familiebanden bestaan met een kind mag volgens het EVRM geen onderscheid worden gemaakt tussen de juridische vader en de biologische vader. De rechtbank constateerde dat er regelmatig enig contact was geweest tussen erflater en erfgenaam. Dat contact was niet zodanig dat gesproken kan worden van “nauwe persoonlijke betrekkingen”.
De rechtbank schorste de verdere behandeling van de zaak in afwachting van de uitkomst van een door de erfgenaam in te stellen vaderschapsactie.