Niet doorbelaste ontslagvergoeding was geheel in Nederland belast
Na een dienstverband van ruim 20 jaar bij een internationaal bedrijf, dat zijn hoofdvestiging in Nederland had, werd een werknemer ontslagen. Zijn laatste functie was die van directeur van een Engelse tak van het bedrijf. Voor deze functie was de werknemer naar Engeland verhuisd. De werkgever moest hem een ontslagvergoeding van f 1.800.000 betalen. De vraag was of deze vergoeding geheel of gedeeltelijk in Nederland belast kon worden nu er een in Engeland verrichte dienstbetrekking was. In eerste instantie oordeelde Hof Den Bosch dat de ontslagvergoeding op grond van het Belastingverdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk niet in Nederland kon worden belast. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van het Hof. Volgens de Hoge Raad bestaat een ontslagvergoeding meestal uit meerdere componenten. Dat kunnen specifieke componenten zijn als een beloning voor immateriële schade, een beloning voor verrichte werkzaamheden of een vergoeding voor gemiste arbeidsbeloning of algemene componenten. In het arrest gaf de Hoge Raad een richtlijn voor de verdeling van de belastingheffing over een ontslagvergoeding in internationaal verband. Bepalend voor een ontslagvergoeding die geen specifiek verband heeft met de dienstbetrekking is of deze ten laste komt van een werkgever in de werkstaat of niet. Na verwijzing oordeelde Hof Amsterdam dat de ontslagvergoeding niet de beloning vormde voor in Engeland verrichte werkzaamheden. De ontslagvergoeding hield verband met de ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat de persoonlijke verhoudingen te zeer verstoord waren om een vruchtbare samenwerking mogelijk te maken. Die verstoring was grotendeels aan de werkgever te wijten omdat deze de werknemer geen adequate functie had aangeboden en zo een einde was gekomen aan een smetteloze carrière van meer dan 20 jaar bij het bedrijf. De ontslagvergoeding hield in algemene zin verband met de uitoefening van de dienstbetrekking bij de bank. Het bedrijf had de ontslagvergoeding niet doorbelast aan het Engelse concernonderdeel. Er was daarom onvoldoende band met het arbeidsverleden in Engeland om de ontslagvergoeding aan te kunnen merken als een beloning voor de uitoefening van de dienstbetrekking in Engeland. De ontslagvergoeding was geheel in Nederland belast.
Na een dienstverband van ruim 20 jaar bij een internationaal bedrijf, dat zijn hoofdvestiging in Nederland had, werd een werknemer ontslagen. Zijn laatste functie was die van directeur van een Engelse tak van het bedrijf. Voor deze functie was de werknemer naar Engeland verhuisd. De werkgever moest hem een ontslagvergoeding van f 1.800.000 betalen. De vraag was of deze vergoeding geheel of gedeeltelijk in Nederland belast kon worden nu er een in Engeland verrichte dienstbetrekking was. In eerste instantie oordeelde Hof Den Bosch dat de ontslagvergoeding op grond van het Belastingverdrag tussen Nederland en het Verenigd Koninkrijk niet in Nederland kon worden belast. De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van het Hof. Volgens de Hoge Raad bestaat een ontslagvergoeding meestal uit meerdere componenten. Dat kunnen specifieke componenten zijn als een beloning voor immateriële schade, een beloning voor verrichte werkzaamheden of een vergoeding voor gemiste arbeidsbeloning of algemene componenten. In het arrest gaf de Hoge Raad een richtlijn voor de verdeling van de belastingheffing over een ontslagvergoeding in internationaal verband. Bepalend voor een ontslagvergoeding die geen specifiek verband heeft met de dienstbetrekking is of deze ten laste komt van een werkgever in de werkstaat of niet. Na verwijzing oordeelde Hof Amsterdam dat de ontslagvergoeding niet de beloning vormde voor in Engeland verrichte werkzaamheden. De ontslagvergoeding hield verband met de ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat de persoonlijke verhoudingen te zeer verstoord waren om een vruchtbare samenwerking mogelijk te maken. Die verstoring was grotendeels aan de werkgever te wijten omdat deze de werknemer geen adequate functie had aangeboden en zo een einde was gekomen aan een smetteloze carrière van meer dan 20 jaar bij het bedrijf. De ontslagvergoeding hield in algemene zin verband met de uitoefening van de dienstbetrekking bij de bank. Het bedrijf had de ontslagvergoeding niet doorbelast aan het Engelse concernonderdeel. Er was daarom onvoldoende band met het arbeidsverleden in Engeland om de ontslagvergoeding aan te kunnen merken als een beloning voor de uitoefening van de dienstbetrekking in Engeland. De ontslagvergoeding was geheel in Nederland belast.